Nature quest

2014-06-29 16.24.04Vorige week heb ik acht uur alleen, in stilte, in een cirkel van 3 meter, zonder te eten, zonder horloge en telefoon, zonder schrijfwaar, in een bos doorgebracht. Met alleen 1,5 liter water, extra kleren, een regenpak en een vuilniszak om op te zitten. Het idee was dat als je kunt ‘zijn met wat is’ er ruimte ontstaat om te dromen. De natuur als middel om jezelf te verbinden met een groter bewustzijn. Wie ben je als je niets meer hebt?

‘Zijn met wat is’ viel mij behoorlijk zwaar. Kriebelende beestjes, zoemende muggen, kwakende kikkers. Grote spinnen, teken, rode mieren, wespen. Maar vooral de kou. Ik had een T-shirt, blouse, twee truien, regenjas en spijkerbroek en regenbroek aan, en klappertandde van de kou. En van de stress. Want ik had geen boom om tegenaan te zitten, daar sprongen namelijk grote kikkers rond, dus ik kon niet lekker zitten, niet leunen, en liggen met al dat gekruip en gezoem en getrippel en gespring om me heen… dat ging ik dus echt niet doen. Toch wel. Dat was mijn grootste overwinning van de dag. Dat ik ben gaan liggen, steeds opnieuw, tussen alles wat daar tussen de bladeren rondkroop. En af en toe lukte het me ook om daar in te ontspannen, en hoorde ik de vele vogels, en zag ik ze ook tussen de bladeren van de enorme boom waar ik onder lag. Maar meestal waren al die kriebelbeestjes heel groot in mijn gedachten. Te groot om er wat voor droom dan ook in toe te laten.

Toen ik dacht op de helft te zijn waren er acht uur verstreken. Mijn nature quest was voorbij en de warme paddenstoelensoep smaakte hemels.

Hoewel ik probeerde niets te verwachten, was ik toch teleurgesteld. De natuur had me geen duidelijkheid verschaft over welke richting mijn leven op zou moeten. Ik had geen onverwachte bewegwijzerde paden in mijn hoofd gevonden.

Inmiddels is het drie dagen later. Geef je nature quest de komende dagen de ruimte om voor je te werken, zoiets zei Arjan Vergeer na afloop. Zie het als een zaadje dat je geplant hebt. Geef het af en toe water, maar ga het niet steeds opgraven om te kijken of het al gegroeid is. Er is wel iets aan het groeien vanbinnen. Niet sinds vorige week, het zaadje was al eerder geplant, maar het heeft vorige week vers water en verse aarde geproefd. Het wil omhoog. Mijn zaadje roept om avontuur. Meer tussen de teken en enge spinnen zitten. Meer kou tot op het bot. Meer overwinningen op mezelf. Meer uitdagingen. Meer buiten mijn comfortzone.

Welke avonturen ga jij aan?

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Spullen uit de natuur

DSC_0034

In het kader van es even minder met spullen bezig zijn, trok ik gisteren lekker de natuur in. Ter lering ende vermaak. Want ik ga niet alleen ontspannen wandelen en de omgeving leren kennen, maar ook mijn eigen avondmaaltje bij elkaar plukken. Een aardige dame van IVN Deventer en de zeer bevlogen en enthousiasmerende Thijmen van Bushcraft International nemen ons mee rond Natuurderij Keizersrande en laten zien wat er zoal eetbaar is in de natuur. Ik dacht daar al best wat vanaf te weten, maar dat viel toch even tegen. Brandnetels had ik al weleens verwerkt tot soep en uiteraard had ik tijdens lange wandelingen wel op zuring gekauwd. En dat je van de bladeren van Weegbree en Paardenbloem een prima salade kan maken, was me ook bekend. Maar op Zevenblad had ik nooit durven kauwen. De bladeren van de Meidoorn en Vlierbessen ongekookt in mijn mond stoppen, mij niet gezien. Maar dat kan dus wel. Net als een Madeliefje eten, Hondsdraf, Pinksterbloem en een takje van de Wilg. Daslook, Look zonder Look, Hop, Rode Klaver, Duizendblad. Bijna alles is eetbaar!

Vlier zou bovendien kwade geesten op afstand houden. Maar het hout kan je beter niet branden, want daarbij komen dezelfde stoffen vrij als asbest. Boterbloemen moet je niet eten, hoe verleidelijk ze er ook uitzien. Pinksterbloem smaakt naar mosterd en Daslook naar knoflook. Geelwortel kan je op wratjes smeren en Hondsdraf op wondjes. Brandnetel smeer je op puistjes en eczeem, en als je je daarbij geprikt hebt, houd er dan het blad van de Smalle Weegbree tegenaan. Drink thee van van Smalle Weegbree, Rode klaver, Meidoorn, Berkenblad, Vlierbloesem en Paardenbloem. En als je vermoeide voeten hebt, leg dan een takje Bijvoet in je schoen.

Alle geplukte bladeren zijn tot soep gekookt. De Daslook is in een kruidenkaasje verwerkt. En wat er toen nog over was, ging door het beslag voor de pannenkoeken. Zelf vuur maken met een vuurboog is niemand gelukt, dus in die zin zouden we als we ooit moeten overleven in de natuur, op rauwe bittere en zure bladeren en besjes moeten kauwen, maar ach, honger maakt rauwe bonen zoet. Ik weet trouwens niet of ik tijdens mijn volgende wandeling nog iets zou herkennen van wat we geplukt hebben. Het lijkt ook allemaal zo op elkaar, hè, met die bladeren en groene kleuren… Maar toch, Zevenblad zou ik nog wel herkennen; daar kan je prima stamppot van maken en dat is een stuk goedkoper dan dure groenten uit de supermarkt. En Brandnetelsoep bevat net zoveel ijzer als spinazie en veel vitamine C. ’t Is maar dat je het weet.

Voordat jullie nu massaal het bos in rennen en terugkeren met tassen vol bladeren en bessen, wel even deze raad: pluk alleen iets als je absoluut zeker weet wat het is en dat het geen kwaad kan. En zelfs dan, eerst een beetje proeven om te kijken hoe je lichaam erop reageert. Eet smakelijk.

Openlucht bioscoop

IMG_20140305_124714

Maak Limonade. Wat bedoel ik daar dan eigenlijk mee, vroeg ik me af toen ik vanmorgen langs de IJssel fietste. Nou gewoon, antwoordde een stemmetje in mij: ook de leuke dingen zien. Zodat de citroenen even naar de achtergrond verdwijnen. Prompt stond ik op de rem, omdat er boven mij een soort gevecht al zag het er meer uit als een dans- gaande was tussen een roofvogel en een veel kleiner vogeltje, dat zich niet alleen dapper verdedigde tegen zijn veel grotere gevleugelde soortgenoot, maar zelfs heldhaftig tot de aanval over ging. Ik zette mijn fiets aan de kant van de weg en genoot van het schouwspel. Dit dus, dacht ik. Dit is limonade maken: oog hebben voor de mooie dingen om me heen. De citroenen de citroenen laten. De tijd nemen om langs de kant van de weg naar de lucht te staren. En de verbaasde blikken van voorbijgangers gewoon van me af te laten glijden. Voelen dat de wind die de vogels boven me in beweging houdt dezelfde is als die voorzichtig over mijn gezicht strijkt. Ik voel me een klein moment helemaal verbonden met vogels, lucht, weilanden, rivier. En de kleine vogel won!