Klein eerbetoon

inleiding oma en ik

Oma en ik op pad – tekening gemaakt door mijn vriend

90 Zou ze geworden zijn vandaag. Een respectabele leeftijd. Die ze nu misschien waar dan ook met haar andere overleden dierbaren viert. Voor ons in elk geval geen taart vandaag. Wel veel herinneringen. Aan tot soep gekookte champignons, versteende gebakken aardappeltjes, viskoekjes, het museum in Amstelveen waar we in haar rode koekblik heen reden, heel veel foto’s, Max Tailleur in haar wc, een kamer die helemaal vol cadeautjes lag, cashewnoten, donkerbruine kasten, leren banken, Artis waar ik haar laatste jaren vaak met haar doorheen sjokte. Aan eindeloos geouwehoer en een eindeloze stilte. De laatste tijd herinner ik me steeds meer van echt vroeger, voor haar beroerte, van haar huis waar ik vaak logeerde. Haar oude buurtje, haar garagebox, haar tuin. Ik heb zo’n dag niet nodig om aan haar te denken. Mijn omaatje is sinds haar hemelen altijd bij me. Ik weet niet precies hoe dat werkt, maar ik kan met zekerheid zeggen dat ze bij me is.
Oma zei altijd: ‘Tel je zegeningen. Realiseer je wat je hebt, en geniet van de mensen om je heen.’ Ik doe dat misschien te weinig. Ik ben vooral op mijn meditatiekussen erg dankbaar voor wat en wie ik om me heen heb, maar in mijn dagelijks leven maak ik waarschijnlijk te weinig tijd om daarvan te genieten. Daar is mijn blog ook voor. Om me te stimuleren om dat wel te doen. De positieve dingen op te zoeken. Dat mijn oma dood is, zou je een citroen kunnen noemen. Maar dat ze zo in mij doorleeft en om me heen is, ervaar ik als limonade. Iemand missen die je dierbaar was en is, is misschien ook wel gewoon heel erg limonade.
Ik kom vandaag geen stiekeme (burgerlijk ongehoorzame) bloemetjes op je graf leggen, oma. Geen witte steentjes. Je weet toch wel dat ik aan je denk. Ik ga vandaag met mijn zusje in je rode koekblik op stap. Hoe symbolisch is dat…

Advertenties

Nostalgie op zondagochtend

forsythia 2

Elke zondagochtend lig ik te wachten tot de kerkklokken beginnen te luiden. Dat deed ik in Utrecht en dat doe ik nu in Deventer ook. Om precies 9.40 beginnen ze. En precies op datzelfde moment word ik terug het verleden in gekatapulteerd. In mijn jeugd om precies te zijn, en nog specifieker, naar het huis van mijn opa en oma in Blerick. Het klokkengeluid doet me daar ontwaken op zo’n zelfde zondagochtend. Mijn zusje en ik in het tweepersoonsbed waarin we altijd naar het midden toe rollen en om het hardst om deken vechten. Op zondagochtend de trap af, eerst de kou van onze blote voeten op de stenen vloer in de keuken, waar mijn ouders iets lekkers voor ons hebben neergelegd, dan de rokerige woonkamer in, waar we tv mogen kijken tot de volwassenen ontwaken. Soms zit mijn opa er al. Hij rookte Caballero sigaretten zonder filter.

Hoewel dit niks meer met de zondagochtend te maken heeft, hoort bij dit beeld ook de -in mijn beleving- altijd bloeiende forsythia in de enorme achtertuin van mijn opa en oma. En daarom begon ik dit verhaal eigenlijk te vertellen: omdat ik nu vanuit mijn slaapkamerraam uitkijk op een prachtig bloeiende forsythia in mijn eigen achtertuintje. En zo komen het geluid van die beierende kerkklokken en het beeld van die forsythia in vol ornaat samen. De gong die bij mijn opa en oma in de gang hing, hangt nu bij mijn zusje, en zal ongetwijfeld bij haar dezelfde nostalgische gevoelens losmaken. Ik heb wat takken van de forsythia in een vaas gezet, om het beeld wat langer vast te houden. Nostalgie die blij en melancholisch stemt tegelijk.