Stralen als een bloem

DSCN1360“Een bloem houdt niet op mooi te zijn als er iemand voorbijloopt die haar niet opmerkt, en stopt ook niet met lekker ruiken ook al wordt haar geur niet gewaardeerd,” schrijft Timber Hawkeye in Buddhist Boot Camp. “De bloem blijft haar verheven zelf: elegant, sierlijk en beeldschoon.” De natuur laat ons zien hoe het zou moeten. Bloemen die prachtig bloeien, ondanks hun korte levensduur en vaak zelfs zonder gezien te worden; sterren die stralen zonder dat we ze bewonderen; bomen die niet mopperen of depressief worden als ze niet bedankt worden voor de zuurstof die ze geven. Zonder iets te verwachten je mooiste zelf zijn; ik denk dat er maar weinig mensen zijn die dat kunnen. En ik behoor niet tot die weinigen.

Toch is dat wat we volgens Timber Hawkeye moeten doen: stralen, wat er ook gebeurt, een vriendelijke en zachtaardige ziel zijn (ook als er niemand kijkt). Een ster, een bloem zijn te midden van andere potentiële bloemen en sterren. Om het stralen, om het vriendelijk en zachtaardig zijn. Omdat dat is wat je wilt zijn, omdat dat is wie je bent. Super-inspirerend, vind ik! De volgende keer dat ik overmand dreig te worden door gevoelens van ontevredenheid, jaloezie of gekwetstheid omdat iemand mij niet ziet zoals ik wil dat hij of zij me ziet, denk ik aan die bloem van Timber Hawkeye die daar maar op haar allerprachtigst staat te stralen zonder dat er ook maar iemand oog voor heeft. En aan John Lennons zon: When you do something noble and beautiful and nobody noticed, do not be sad. For the sun every morning is a beautiful spectacle and yet most of the audience still sleeps.

Maar voor de zekerheid heb ik ook maar even een dikke eik in het park naast de deur omhelsd en ‘dank je wel’ in zijn grijsbruine, licht gegroefde stam gefluisterd.

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 405 andere volgers

Advertenties

Water geven

In Het hart van Boeddha’s leer schrijft Thich Nhat Hanh dat we allemaal positieve en negatieve zaden in ons dragen. In een soort enorme opslagplaats ergens diep binnen in ons liggen die allemaal door elkaar. Het is zaak de positieve zaden te herkennen en die water te geven. Er contact mee te maken. En als een negatief zaadje per ongeluk toch water krijgt en zich manifesteert, omarm je het met je oplettendheid en helpt het terugkeren naar waar het vandaan kwam. tuin5 (1)‘Nodig uitsluitend positieve zaden uit naar boven te komen en plaats te nemen in de huiskamer van je bewustzijn,’ schrijft Thich Nhat Hanh.

Het boeddhisme kent hiervoor een mooie oefening: ‘de spijker vervangen’. Wanneer een houten spijker is weggerot of vergaan, zal een timmerman hem vervangen door op precies dezelfde plek een nieuwe spijker in de oude te slaan. Dit moeten we ook doen met onze gedachten, observaties en gevoelens. Als er een gedachte of gevoel bij je opkomt die je als onheilzaam beschouwt, kun je een andere gedachte of gevoel uitnodigen om die te vervangen. ‘Vele zaden in je opslagbewustzijn zijn heilzaam en mooi. Adem gewoon in en uit en nodig een ervan uit naar boven te komen, dan zal het andere zaadje naar beneden gaan.’

Prachtig toch, al die zaden in je interne opslagruimte en jijzelf als degene die de gewenste zaden uitnodigt in de huiskamer van je bewustzijn. In plaats van limonade maken van je citroenen, je citroenen gewoon helemaal niet uitnodigen.
Ik vind het een mooi beeld om even op te kauwen.

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 405 andere volgers

Boeddha en de vogels van Tibet

DSCN5524

En de Koekoek, de Grote Vogel, neemt het woord en zegt:
O vogels die hier zijn verzameld, luister nu aandachtig en vol eerbied!
Alles in de wereld van Samsara is een illusie, een droom.
Is er, waar je ook kijkt, iets dat blijft?
Schone paleizen, gebouwd van leem, stee en hout;
welgestelde mannen, rijkelijk voorzien van voedsel,
kleding en sieraden;
horden vazallen die zich rond de machtigen
verdringen –
het zijn slechts luchtkastelen, even vluchtig als
een regenboog.
Hoe bedriegt men zichzelf, als men dit voor
werkelijkheid houdt!
[…]
De prachtige veren van de pauw, met z’n rijkdom aan
kleuren,
onze melodieuze spraak, waarin hoge en lage noten
zich zo bekoorlijk vermengen,
de keten van oorzaak en gevolg die ons hier bijeen
heeft gebracht –
het is niet meer dan het geluid van verre echo’s, een
vermakelijk spel van verschijnselen.
Mediteer op deze verschijnselen, maar houd ze niet
voor waarheid!
Mist boven een meer, wolken aan de zuidelijke hemel,
de wind die van de golven van de zee een nevel van
waterdruppels doet opspatten,
sappige vruchten gerijpt in de zomerzon –
niets van dit alles blijft, in een oogwenk valt het uiteen
en is het verdwenen.
[…]
Het bestaan op aarde is niet veel meer dan een spel
voor de kinderen; wanneer lichaam en woorden stof zijn
geworden, leven alleen de daden voort.
Maak je los uit deze wereld van schijn en illusie.

Uit: Boeddha en de vogels van Tibet Tibetaanse tekst in de 18e eeuw geschreven door een onbekende lama, vertaald door Arjen F. de Groot