Van die dagen

20161107_092316Misschien ken je het wel, van die dagen die maar niet voorbij lijken te gaan. Van die nachten ook, die al voorbij zijn voor je de tijd hebt gehad om je ogen goed en wel te sluiten (door je kind dat niet kan slapen). Dat je in de spiegel kijkt en niet kan ontdekken waar je wallen precies ophouden -lopen ze serieus bijna door tot aan mijn kin?- Dat je achter je laptop zit en zelfs uit je tenen geen inspiratie geperst krijgt om iets te schrijven. En dat je ondertussen, daar dwars doorheen, bizar vet gelukkig zit te zijn om een woordje dat je kind ineens zegt -teddybeer- en samen schaterlacht als jullie doorhebben dat ze al zeker een minuut los staat te staan zonder om te kukelen. Dat je kriebels in je buik voelt als je ziet met hoeveel trots ze achter haar loopwagentje door de kamer stapt. Dat je dan hoopt dat ze gaat slapen zodat je even kan douchen, misschien zelfs ontbijten of een vlugge kop koffie naar binnen kan gieten. Dat ze niet slaapt en je een half uur later, met die wallen waarvan je nog steeds niet hebt kunnen achterhalen waar ze precies eindigen en je ongedouchte lijf en je kleren die echt al wel een paar dagen geleden in de was hadden gemogen -maar ja- met haar in de wagen buiten loopt om maar een paar uur verder te komen in de dag. En dat dan je hart een vreugdesprongetje maakt als je haar vrolijk hoort brabbelen en zelfs iets hoort voortbrengen dat best eens een soort van een liedje zou kunnen zijn. Dat je verliefd over haar haartjes strijkt, die wél schoon zijn, net als haar kleertjes trouwens. En dat haar wallen je meer pijn doen dan die van jezelf. Van die dagen die maar niet voorbij lijken te gaan, maar die je ook voor altijd vast zou willen houden. Elke dag een afscheid van weer een stukje kindertijd.

 

Dagje kinderopvang

20160307_075811Ik rijd de lege kinderwagen op zijn plek. Keer ‘m meteen de rug toe. Zie een zwart gat vol oningevulde uren voor me. Weet me daar nog even geen raad mee. Begin maar met koffie. Een koffie die ik warm en in alle rust op kan drinken. Op de bank dus. Met warme koffie. En een heleboel stilte om me heen. Mijn ogen onrustig gericht op de babyfoon die zich ook al zo verschrikkelijk stil houdt. Een bak yoghurt dan. Nog een kop koffie. Het lukt me niet om er rustig van te genieten. Mijn kleine meisje kan immers elk moment wakker worden. Oh nee, dat kan ze niet.

Mijn kleine meisje is namelijk lekker aan het spelen met andere kindjes op de kinderopvang. Of misschien zit ze nu bij een van die lieve dames op schoot en krijgt ze zelfgemaakte appelmoes. Ze zijn vast liedjes aan het zingen en in de handjes aan het klappen. Mijn kleine meisje kijkt het waarschijnlijk verwonderd aan met haar mooie grote ogen. En ongetwijfeld lacht ze heel lief tegen die lieve dames. En ongetwijfeld denkt ze geen moment aan haar mama, die tranen in haar ogen had toen ze haar meisje achterliet. Dat zal ze alleen even doen als ze in bed wordt gelegd, een vreemd bedje, met vreemde geluiden. En geen kusje van haar mama.

Haar mama dwaalt een beetje verloren door het huis. Eindelijk tijd om te doen waar ze al maanden geen tijd voor had. Wat ook al weer?  Ze draait nog maar eens een wasje. Checkt haar mail voor de zoveelste keer. Boven ligt haar kleine meisje zo verschrikkelijk hard niet te huilen. Zo oorverdovend hard niet te kletsen. De afwezigheid van haar kleine meisje, met wie ze al acht maanden onlosmakelijk verbonden is, is niet alleen voelbaar in huis, maar ook in haarzelf, in haar lijf. Het doet pijn om haar niet te horen.

Het verlossende telefoontje: kom haar maar halen. Haar moeder legt de weg naar de kinderopvang bijna rennend af. En daar is ze, haar kleine meisje, op schoot bij een onbekende mevrouw. Enigszins gehavend, door een goedbedoelde liefdesuiting van een klein jongetje dat nog moet leren dat je niet kust met je tanden. Doodmoe, want slapen doe je niet bij vreemde lieve dames. Ze ziet er wat beduusd uit. Maar onderweg, vertrouwd met haar mama, komen de praatjes terug. En thuis, veilig bij mama aan de borst, valt ze meteen in slaap. En kan mama eindelijk genieten van haar koffie, die koud en gehaast naar binnen wordt gegoten.

Een herfstig loslaten

DSCN6133De herfst gaat over loslaten. Na een seizoen van in bloei staan, stralen in vol ornaat, werpen de bomen beetje bij beetje hun bladerjassen af. Ze keren zich naar binnen, worden kaal, naakte skeletten, om in het voorjaar weer opnieuw te gaan bloeien. De herfst nodigt je uit om te kijken naar wat je zelf los moet laten. Welke bladeren moet ik laten vallen om er straks in het voorjaar weer fris en vol energie tegenaan te kunnen gaan?

Deze herfst gaat voor mij over het loslaten van de verwachtingen die ik over mijn huidige leven heb. Eigenlijk vind ik namelijk dat ik allang mijn oude leventje van een eeuwigheid geleden -van voor ik zwanger werd- weer had moeten oppakken. Ik had alweer volop aan het werk moeten zijn, elke dag braaf moeten mediteren, minstens twee keer in de week naar yoga en eropuit met mijn kleine meisje naar familie, vrienden en vriendinnen. Maar feit is dat ik daar nog helemaal niet klaar voor ben. Niet alleen lichamelijk, maar vooral ook geestelijk. Ik wil helemaal geen tijd missen met dat mooie lieve meisje. Ze groeit zo hard, ik wil elke minuut met haar meemaken. En dat doe ik ook. Maar met een irritant stemmetje in mijn hoofd dat zegt dat het anders zou moeten.

Dat stemmetje dus… dat ga ik loslaten. Ik ga er niet meer naar luisteren. Natuurlijk ga ik steeds meer mijn oude leventje oppakken, maar niet ten koste van de tijd met mijn dochtertje. Ik ben er nog niet klaar voor om haar voor een paar uur -laat staan een hele dag- aan de zorg van iemand anders toe te vertrouwen. En ik laat los dat ik dat zou moeten.

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Luiers vol limonade

DSCN5951Je zou de tijd aan de luiers kunnen meten. Eén zak per drie dagen. Per zak zo’n 25 luiers. Om de week fietst mijn man naar het kinderdagverblijf om de luiers in te leveren, vier á vijf zakken in de fietstassen. Hij zal inmiddels zo’n zes rondes gedaan hebben. 750 luiers. Drie maanden dus.
In elk boek over babyverzorging hebben we het eerste hoofdstuk uit. Doorgewerkt. We weten alles over regeldagen, hebben haar drie sprongetjes zien maken en haar met eerste verkoudheid zien worstelen, zijn weggesmolten bij haar eerste lachje, en haar tweede en derde en eigenlijk smelt ik elke keer weer als ze naar me lacht. We hebben haar getroost, en getroost en getroost als ze verdrietig was, of een schone luier moest, honger had, of een krampje, of gewoon ontroostbaar was. We hebben haar geluidjes nagedaan, gekke gezichten getrokken, hele gesprekken gevoerd in babytaal. We hebben haar haar handjes zien ontdekken, haar voetjes, haar vingertjes. We hebben haar haar badje uit zien groeien, haar eerste kleertjes, de kleinste luiers. En dat allemaal in een tijdsbestek van 750 luiers.

Tijdens de volgende 750 luiers zal ze haar wagen uitgroeien en haar babybedje. Ze zal naar haar eigen kamertje verhuizen en andere dingen gaan proeven dan melk. Ze zal gaan rollen, grijpen, steeds meer brabbelen, tandjes krijgen. Ze zal in een grotere luier groeien en haar slaapzakje uit. Ze zal urenlang huilen en urenlang lachen. Ze zal ons vertederen en tot wanhoop brengen. Ik sta te popelen om de volgende 750 luiers met haar te beleven. En tegelijkertijd wou ik dat ik de luiers terug kon draaien. Hoe bewust ik elk moment met haar ook ervaar, het gaat er niet minder snel door. 750 luiers zeg, waar blijft de tijd!

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Stilte vieren

Voor mijn bevalling was ik het boek Stilte vieren van Sri Sri Ravi Shankar aan het lezen, een Indiase goeroe die ik zeer bewonder. Ik verlangde ernaar mijn yoga- en meditatiepraktijk weer op te pakken in het nieuwe gestructureerde leven dat ik straks als moeder zou gaan leiden. Het eerste slaapje van mijn dochter zou ik vullen met tien zonnegroeten, een half uur mediteren, vijf minuten douchen en een gezond ontbijt van yoghurt met muesli en een cappuccino. Daarna zou ik helemaal zen weer klaar zitten om haar te voeden.

Stilte vierenHet boek van Sri Sri heb ik inmiddels twee maanden niet meer aangeraakt. Stilte? Eh… hoe klonk dat ook alweer? Als mijn dochtertje niet huilt, dan draait de wasmachine wel op volle toeren of is het hoog tijd voor een rondje stofzuigen. En als het zo nu en dan echt even stil is in haar bedje word ik ongerust en ga snel kijken of ze ‘t nog wel doet. Douchen? Daar is geen tijd meer voor ‘s ochtends. Mediteren moet ik over 18 jaar nog maar eens in overweging nemen. Nu is er: luiers verschonen – voeden – wassen – troosten/in slaap sussen en dan alles weer opnieuw.

Toch is er ook een nieuwe stilte mijn leven binnengekomen. ‘Je ziel is gestolde stilte en deze gestolde stilte is wijsheid, kennis’, zegt Sri Sri. ‘Stilte is het enige relevante antwoord op de vraag: ‘Wie ben ik?’ Alle andere antwoorden zijn slechts gedachten en gedachten kunnen nooit volledig zijn. Alleen stilte is compleet.’ Ik ervaar een soort gestolde stilte als mijn dochter aan mijn borst drinkt. Een gewijde stilte, waarin ik niet anders kan dan me overgeven aan die mooie ogen die me zo onschuldig en vol vertrouwen aankijken. Een moment van stilte waarin je ego oplost in een volledig dienstbaar willen zijn aan dit tere kleine wezentje. Een intens grote liefdesstilte. Een moment waarin stilte wijsheid is en liefde vrede en alles nu.

Tot haar de borst ontglipt en ze het op een brullen zet…

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Ineens ben je moeder

30Jun2015_6081Drie weken ben ik al moeder. Drie weken precies. Feitelijk is daar weinig ‘ineens’ aan. Zelfs als je alle jaren dat je ervan droomde om moeder te zijn niet meerekent, heb je nog altijd negen maanden over als zekere voorbereidingstijd. Toch voelt het alsof ik ineens moeder ben geworden. Omdat het concrete moeder zijn zo anders is dan de abstracte voorstelling die ik er van tevoren van had.
Vooral in de droomjaren zag het moederschap er in mijn verbeelding uit als dagenlange fietstochten in eeuwigdurende zomers met gezellige picknicks in bloeiende bloemenweiden. Tijdens de zwangerschap lag mijn focus vooral op de baby; hoe zou ze zijn, eruitzien, ruiken, voelen? Tijdens de bevalling was er geen denken en na dat gedachtevacuüm was ze er. Ineens. Het mooiste, liefste, schattigste meisje ter wereld.
En toen zij er ineens was, was er ineens ook haar moeder. Ik dus, maar in een variant die ik niet had kunnen bedenken. Omdat je van tevoren niet weet dat zo’n grote liefde bestaat. Zo’n allesoverheersende, ik-kan-dagenlang-naar-je-kijken, je-bent-om-op-te-vreten liefde. Zo’n jij-bent-het-nieuwe-centrum-van-mijn-wereld liefde. Een liefde die je doet huilen omdat ie zo alomvattend, zo onbegrijpelijk onbeschrijfelijk groot is. En het is die grote moederliefde die maakt dat je blijmoedig je tepels stuk laat zuigen, luiers verschoont, niet slaapt en al het mogelijke doet om het hartverscheurende huilen van je kind te stoppen.
Het gebeurt automatisch. Ineens blijk je meer koosnaampjes te kennen dan je voor mogelijk hield en blijken je handen gemaakt te zijn om de buikkrampjes van je kindje weg te strelen. Terwijl je je hele volwassen leven op verjaardagen het Lang zal je leven hebt geplaybackt omdat je echt niet zingen kan, waagt je stem zich ineens schuchter en schor aan slaapliedjes voor je kindje. Ineens ben je moeder. Voormalig denker des vaderlands René Gude zei, toen hij me feliciteerde met mijn zwangerschap, dat ik met het zwanger zijn de beste fout maakte die ik kon maken. Ik begrijp wel wat hij bedoelde. Er is op dit moment niets anders dan moeder zijn. Mijn lichaam weigert aan alle kanten dienst en voor bloggen, schrijven, schilderen is geen tijd. Maar het is het allergrootste geschenk en voorrecht om de moeder van dit prachtige meisje te mogen zijn. Ineens.