Limonade – Michail Zosjtsjenko
Ik ben vanzelf geen drinker. Als ik weldra een slok neem, dan gewoon mondjesmaat, – meer ter wille van het fatsoen of voor de gezelligheid op te luisteren. Meer als twee flessen krijg ik van z’n levensdagen niet achter ene verbruikt. Dat kan mijn gezondheid niet lijden. Eenmaal, weet ik nog, op mijn voormalige naamdag, heb ik ooit een hele mandfles tot me genomen. Maar dat was in m’n jonge jaren, zeg maar. In m’n storm- en drankperiode. Toen mijn hart zich nog te pletter sloeg in m’n bast en mijn hoofd wemelde van alle mogelijke ideeën. Maar nou word ik wat ouder. Een kennis van me, een veearts-assistent, kameraad Ptitsyn, onderzocht me laatst en, mag je best weten, schrok gewoon! Begon te trillen over z’n delen.
‘U lijdt,’ zegt-ie, ‘aan complete degeneratie,’ zegt-ie. ‘Waar uw lever uithangt of uw niertjes,’ zegt-ie, ‘of uw blaas voor het ophouden van alle natte troep, daar is,’ zegt-ie, ‘met geen touw meer uit wijs te worden. Uit medisch oogpunt,’ zegt-ie, ‘bekeken, bent u schoon op.’
Het liefst dat ik hem ter plekke had afgetogen, maar ik liet hem verder maar barsten.
‘Laat ik eerst,’ dacht ik, ‘maar bij een goeie dokter langsgaan, – heb ik zekerheid.’ Die dokter kon geen enkele degeneratie bij me ontdekken.
‘Uw organen,’ zegt-ie, ‘staan er heel keurig bij. En uw blaas,’ zegt-ie, ‘is volkomen fatsoenlijk, zonder te lekken. Wat uw hart aangaande betreft, dat is nog geweldig patent en zelfs,’ zegt-ie, ‘twee vingers groter als hoeft. Maar met drinken,’ zegt-ie, ‘dat u moet uitscheien. Anders kan dat net zo makkelijk de doodsoorzaak ten gevolge hebben.’
Nou, in doodgaan had ik vanzelf weinig trek. Ik leef graag. Ben nog een jeugdig persoon. Net begin drieënvijftig. Blaak, om zo maar te zeggen, in de volle bloei van mijn jaren. En dat met een ruim hart in mijn borst. En een blaas, niet te vergeten, wat niet lekt. Met zo’n blaas in je bast is het leven één feest!
‘Ik moet,’ dacht ik, ‘inderdaad maar eens stoppen met drinken.’
Ik achter mekaar ermee stoppen.
En maar niet drinken en drinken. Eén uur lang. Twee uur. Ga ik om vijf uur vanzelf even ergens een hap eten.
Ik nuttig m’n soep. Begin aan de stooflappen, – krijg ik me daar opeens zin in een slok!
‘Bij wijze van wat spiritueels,’ denk ik zo, ‘kan ik beter wat kalmers bestellen. Spuitwater of limonade dan maar.’
Ik roepen: ‘Hé,’ zeg ik, ‘die me net die porties aan heeft gereken, – breng me even wat limonade, leiphoofd!’
Komen ze dus met limonade aanzetten, mooi op zo’n intellectueel blaadje. In een karaf.
Laat ik m’n glaasje eens vollopen.
Drink ik dat glaasje zo leeg, proef ik opeens: net wodka! Ik nog eens inschenken. Verdomd, dat is wodka! Wel alle duivels! Ik gauw de rest inschenken: finaal je reinste wodka!
‘Aannemen!’ roep ik. ‘Van hetzelfde!’
‘Is me dat,’ denk ik, ‘eventjes zwijnen!’
Komen ze dus nog een keer aanzetten.
Ik nog eens proeven. Geen spatje twijfel: wodka, van het zuiverste water!
Later, toen ik moest afrekenen, maakte ik er toch even een aanmerking over.
‘Ik had,’ zeg ik, ‘limonade besteld. Maar waar kwam jij nou mee aansjouwen, leiphoofd?’
Zegt dat figuur:
‘Alsdat we dat hier altijd limonade noemen. Een helemaal legaal woord. Nog van vroeger vandaan… Pure limonade – met permissie, meneer – houden we er hier niet op na. Zijn geen afnemers voor.’
‘Geef me,’ zeg ik, ‘nog maar een laatste.’
Zodoende ben ik er dus niet mee gestopt. Sterke drang inderdaad zat, enkelt dat die omstandigheden er toen tussen kwamen. Net wat ze zeggen: het leven dicteert zo zijn wetten. Dat heb je gewoonweg te slikken.
Uit: Vertel mij wat, kameraad! van Michail Zosjtsjenko [1925]
Hoe ziet dat er in de praktijk uit, afvalvrij leven?

Zon doet ons goed. Door invloed van de zon maakt ons lichaam vitamine D aan, waardoor ons humeur verbetert, en endorfine, wat zorgt voor een gevoel van geluk of euforie. Volgens onderzoek van de Universiteit van Groningen worden we alerter en actiever van zonlicht. Een lichtgevoelige zenuw in onze ogen activeert het lichaam bij licht. Hoe meer licht, hoe alerter we reageren, en hoe meer dingen we willen doen. Ook schijnt zonnen goed te zijn voor het geheugen. Volgens een Brits onderzoek is het geheugen van mensen die veel in de zon zitten beter dan van mensen die liever de schaduw opzoeken.
Voor het samenzijn met mijn man en mijn dochtertje. Voor de zon die scheen, de bomen die elke dag groener worden, voor de futen met hun piepende jonkies in de vijver in het park. Voor de cappuccino die we in een café dronken. Voor de lekkere maaltijd die mijn man voor mij kookte. Voor het niets hoeven. Voor de schaterende lach van mijn kleine meisje. Voor haar vol overgave gegeven knuffels en kusjes. Voor de koolmeesjes in de tuin. Voor de schone en droge was. Voor het heerlijk warme water uit de douche en vooral ook voor de tijd om daarvan te genieten. Voor het nog even mogen blijven liggen terwijl mijn man ons dochtertje mee naar beneden nam. Voor alle aardige buren om me heen met wie ik een praatje maakte. Voor de afwezigheid van hoofdpijn. Voor de lente. Voor een prachtige bloesemtak die in het park voor mijn neus op de grond lag en nu heel mooi staat te zijn in een vaasje bij ons thuis op de schouw. Voor vers fruit van de markt. Voor het leven en zijn citroenen. Voor de kans en de keus om limonade te maken. Voor limonade.
Ik heb een oude mal voor votiefkaarsen, die al heel lang onbenut op een nieuwe bestemming stond te wachten, gebruikt als basis voor mijn tuintje. Zand erin, zaadjes en weer wat zand, en af en toe wat water. Zo simpel is het. En met wat leuke papiertjes maakte ik een vrolijke vlaggenslinger om het helemaal feestelijk te maken.
Kennen jullie ze nog, mijn tuinbewoners?
Maar voordat je limonade kan maken van zulke citroengele gedachten, moet je je er bewust van zijn. Ik had een artikel geschreven voor een tijdschrift waar ik graag voor zou willen schrijven en al mijn positiefste gedachten gedacht nadat ik het artikel had aangeboden. Ze namen het idee wel, maar zonder mij de credits daarvoor te geven of mijn artikel te plaatsen. Natuurlijk is dat ook een stukje ‘niet erg aardig’, maar dat is iets waar ik geen invloed op kan uitoefenen. Als ik me daar op zou richten, maak ik een slachtoffer van mezelf en geef ik elke verantwoordelijkheid uit handen; daar heb ik helemaal niks aan. Waarom is het dan, ondanks mijn positieve gedachten, weer niet gelukt om een nieuwe leuke opdrachtgever aan mijn haak te slaan? Omdat er een joekel van een citroenige gedachte in mijn hoofd zat: JE BENT NIET GOED GENOEG.



Lente