Geluk leidt tot vrede

2014-07-29 19.07.23Het is vooral mijn eigen twijfel die me het gevoel geeft dat ik mijn vorige blogposts moet verantwoorden. Het houdt me nogal bezig, hoe je limonade kan maken in en van deze boze tijden. Een stapel oude edities van de Happinez doorbladeren, lijkt een goede poging om een antwoord te vinden. In een editie van vorig jaar kom ik de Japanse Masami Saionji tegen, die de hele wereld over reist om voor vrede te pleiten. Ik heb haar antwoord op de vraag hoe we vrede kunnen bereiken, en vooral wat onze eigen rol daarin is, integraal overgenomen in mijn dagboek en ik wil dit graag met jullie delen:

“Vaak hoor je mensen zeggen: ‘Om vrede te bereiken heb je voedsel nodig, en geld, en betere medische zorg’, maar dat is een materialistische benadering. De oplossing ligt juist bij het spirituele. Alleen maar vragen om dingen als voedsel en geld betekent terugvallen op anderen, en dat maakt een mens zwak, terwijl op jezelf vertrouwen juist sterk maakt. Wie verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen leven, geeft anderen niet meer de schuld van zijn problemen en is vrij van hebzucht, egoïsme, onwetendheid, angst, zorgen, haat, woede en frustratie. Dát maakt een mens gelukkig, en geluk leidt tot vrede.  Vrede krijg je dus niet door in één keer alle oorlogen stop te zetten en iedereen op aarde voldoende voedsel te geven. Dan zouden de mensen namelijk nog steeds hebzucht voelen in hun hart; we zouden onszelf nog steeds vergelijken met anderen die meer hebben. Alleen door ons bewustzijn te veranderen, kunnen we vrede creëren.” – Masami Saionji –

Les 1 van Desiree Jona Gold

boomhouding2

Mijn ranke appelboompje doet eigenlijk de hele dag niet veel anders dan staan. Gewoon een beetje voor zich uit staren. Ze beweegt niet, praat niet, knippert niet met haar ogen, zwaait niet met haar armen. Ze staat. En daarmee geeft ze mij, waarschijnlijk zonder het zelf te weten en onbedoeld, een heel belangrijke les. Die ik natuurlijk graag met jullie deel.

Les 1 van mijn appelboom: sta als een boom

In mijn vele zoektochten naar handreikingen om van mijn migraine af te komen, was gronden een terugkerend sleutelwoord. Dus las ik boeken over gronden. En werd daar niet wijzer van. Ik bekeek filmpjes over gronden en werd daar niet wijzer van. Of misschien wel wijzer, maar in elk geval niet meer gegrond. Sinds yoga op mijn pad kwam, kan ik stukken beter gronden. En dat heb ik geleerd door de boomhouding. In de boomhouding lijn je jezelf letterlijk uit tussen hemel en aarde. En dat is dus precies wat mijn geliefde Desiree de hele dag doet. Ze grondt en reikt naar de hemel. Niets meer en niets minder. Die beeldschone dame in mijn achtertuin staat me daar gewoon de hele dag eraan te herinneren om in balans te zijn; gegrond en één met het universum.

Ik vind het bijzonder. Ik had mijn appelboom niet geassocieerd met yoga. Ik zag Desiree als een danseres, een ballerina en van dat beeld werd ik gelukkig. Nu blijk ik gewoon een privé yogalerares in de tuin te hebben en daarvan word ik nog gelukkiger. Terwijl zij aardt op haar nieuwe plek, haar wortels steeds dieper de grond in laat kronkelen, ben ik ook aan het aarden op mijn nieuwe plek. En steeds steviger aan het staan. Door me voor te stellen dat ik een stevig gegronde boom ben met mijn kruintje in de lucht, mijn armen als takken om me heen, voelt uit-balans-zijn als een windje dat speels om me heen waait. Me plagerig een beetje kietelt. Met mijn nieuwe vriendinnetje achter in de tuin kan ik de hele dag boompje spelen.

In gesprek met mezelf

IMG_20140602_090155

Maken jullie je dromen waar, Burgerweeskindjes?, vraagt de zangeres op het podium. Het is een goede vraag, die zijzelf tijdens de cd-presentatie van hun tienkoppige band, bevestigend kan beantwoorden. Een cd uitbrengen was haar grote droom. Terwijl de band Knarsetand vrijdagavond het Burgerweeshuis in Deventer liet trillen, en ik nog een biertje aan de bar ging halen, stelde ik mezelf die vraag ook: maak ik mijn dromen waar?

Alle leuke dingen die ik de afgelopen dagen heb gedaan (concert, musea, high tea, eten met vrienden) flitsen door mijn hoofd. Ja, ik maak mijn dromen waar, denk ik. Meteen daar achteraan komt de gedachte: nee, dat zijn allemaal leuke dingen, maar geen echte dromen. Vervolgens ben ik het oneens met mezelf, want op een bepaalde manier zijn het natuurlijk ook weer wel dromen. De droom is dan: tijd hebben om leuke dingen te doen. Maar is dat dan mijn grote droom, vraag ik mezelf. Denigrerend bijna, zo van: heb ik geen grotere dromen, betere dromen, smeuïger dromen? Ik kijk mezelf diep in de ogen en vraag: durf jij eigenlijk nog wel te dromen? Ik weet het eigenlijk niet, ben ik mijn grote dromen kwijt, sinds mijn grootste droom niet uitkwam?

Vroeger droomde ik ervan om schrijver te worden. Toen wilde ik moeder worden. Die droom overheerste alle andere dromen en kwam niet uit. Ik denk dat ik sindsdien niet meer heb durven dromen. Misschien is dat ook niet zo gek. Van overspannen thuis zitten vorig jaar naar nu weer lekker rondlopen en schrijven en leuke dingen doen is een enorme stap. En in die stap zit op het moment al mijn energie. Limonade maken gaat niet zomaar. Het kost best wat moeite om die citroenen tot goed weg te drinken sap te persen.

Dus maak ik mijn dromen waar? Ik denk dat mijn uitdaging is om weer te gaan dromen. Ik denk ook dat de tijd daar rijp voor is. Toe maar, fluister ik mezelf toe, droom maar. Een leven zonder dromen is als een tuin zonder bloemen.

Save the planet

ruimteschip aarde 5

Wat een wijze laatste woorden van Wubbo Ockels.

Wij zijn het die de aarde vernietigen, en alleen wijzelf kunnen die vernietiging stoppen. Alleen wijzelf zijn verantwoordelijk voor onszelf. Laten we ‘het menselijke tijdperk’ begroeten. We zijn allemaal astronauten van het ruimteschip AARDE.

Maakt meer gelukkig?

weg

Ik heb de afgelopen dagen veel nagedacht over mijn behoefte aan spullen. Van de dingen die ik op Koningsdag met veel plezier gekocht heb, ligt alweer de helft in een tas voor de Kringloopwinkel. En toch gaat dat me er niet van weerhouden om op Bevrijdingsdag weer een rondje rommelmarkt te doen en ongetwijfeld opnieuw met van alles thuis te komen. Wat is die behoefte toch? Is het een puur materialistisch verlangen naar meer? En is het dan een spirituele tegenreactie dat ik vervolgens allerlei spullen wegdoe?

Er is een wetenschappelijk onderzoek dat zegt dat je echt gelukkiger wordt van meer spullen. Rik Pieters, hoogleraar Marketing aan de Universiteit van Tilburg, zegt dat spullen kunnen verbinden en minder eenzaam kunnen maken. Hij verdeelt de spullenkopers in drie groepen. De eerste groep vergelijkt zichzelf constant met anderen, die meer hebben. Deze groep wordt niet gelukkiger van meer spullen. Door de sociale vergelijkingen die ze maken, lopen ze juist meer kans om eenzaam te worden. De tweede groep wil meer en meer en meer. Drie iPhone’s, drie grote dure auto’s; ze denken dat ze pas echt gelukkig zijn als ze meer hebben. Deze groep ziet spullen kopen als een geluksmedicijn. En dat maakt ze ook vatbaar voor eenzaamheid. De derde groep noemt Pieters de vrolijke hedonisten. Zij vinden het leuk om kleine, onpraktische dingen te kopen, die ze niet nodig hebben, maar waar ze wel blij van worden. Deze blijdschap stralen ze uit. En daarmee gebeurt het tegenovergestelde van wat er in de andere twee groepen gebeurde: die blijde gezichten zorgen voor verbinding in plaats van eenzaamheid. Deze vorm van materialisme zou daarom positief zijn.

Ik weet het niet. Ik reken mezelf wel tot de laatste groep, maar vind het geen bevredigend antwoord op mijn eigen materialistische behoefte. Een andere studie, buy-ology van Martin Lindstrom, zegt dat 85% van ons koopgedrag onbewust is. Hij stelt dat het zien van grote merken hetzelfde stukje hersens activeert als de gedachte aan God, of welke naam je daar dan ook aan wilt geven. Apple of God, same same, volgens hem. Bizar toch? Dus als ik door stapels verregende kleding op een plakkerig kleedje schuim zou ik eigenlijk op zoek zijn naar een religieuze ervaring. Dan lijkt het me een stuk goedkoper en minder tijd kosten om gewoon een kerk binnen te stappen. Toch trekken die kleedjes me meer aan.

Ik kom er niet uit. Ik wil minder spullen en blijf toch dingen kopen. Ik ga proberen of ik op 5 mei bij elk kleedje dat me aantrekt even stil kan staan bij wat er gebeurt. Wat gaat er door me heen op het moment dat ik mijn portemonnee pak, of eigenlijk net daardoor, op het moment dat ik besluit om mijn portemonnee te pakken. Wordt vervolgd…

Flarfen zullen we

 

flarfen 1

Wat hebben een schaap, een flierefluiter, inflatiecorrectie, een zoen, een overgangsnorm en een melkrobot met elkaar gemeen? Niet veel natuurlijk, zo op het eerste gezicht. Maar als je op deze woorden zoekt in Google, en de resultaten een beetje handig uitkiest en schikt, dan kan het maar zo zijn dat je je ineens afvraagt hoe het kan dat je die samenhang niet eerder gezien hebt. Of dat je verrast naar je gedicht staart en denkt: heb ik dat geschreven? Of dat je denkt, wat een grote onzin. En dan ben je dus aan het flarfen. Wat? Flarfen ja. Dat je een gedicht maakt uit zoekresultaten van Google. Een zogenaamde readymade. Je geeft zoektermen aan in Google en uit de resultaten die jou aanspreken, stel je een gedicht samen. Zo krijg je hele verrassende gedichten. Mijn vriend gaf een workshop flarfen in Deventer, in Coffee Together. En dat was erg leuk. Marcel Duchamps urinoir kwam voorbij, en malafide dichtwedstrijden. Veel toffe voorbeelden. En zeg nou zelf, hoe vaak zoek je voor een gedicht in Google naar: schaap – flierefluiter – inflatiecorrectie – zoen – overgangsnorm en melkrobot?

Het bier wordt verdeeld en dat, Heren/Dames, is goed tegen hooikoorts. Net als zoenen. Een leerling mag niet doubleren. Ben je bang voor je beugel? De speciaal opgeleide specialisten helpen u hier graag bij. Maar hij is altijd schaap gebleven.

Met roodkapje – bloesem – lasagne – lente en hooikoorts maakte ik het volgende flarfgedicht:

Rood verlangen is klein, weet je nog. Zo alleen. Parijs. Witte bloesem en jasmijn. Jij was een vegetarisch hapje, ik een vers product van droomweefsel. De hemel hing laag en droeg vlekjes, blaasjes en korstjes.

Het is echt heel leuk om te doen. Probeer maar. Je gaat jezelf verrassen. Oké, een flarfgedicht met resultaten van brug – levertransplantatie – waarom – opera en volkswagenbus. Wie durft?

 

Vandaag blijf ik gewoon es even binnen

postcrossing kaartjes

Bij gebrek aan energie en een surplus aan snot lijkt vandaag een niet al te productieve werkdag te worden. Waar moet je je inspiratie vandaan halen als je hoofd wattig is en roept om warme dekens? Een prima dag om een achterstand postcrossing-kaartjes in te lopen. Je weet wel, die kaartjes die je stuurt naar een willekeurige stranger ergens ter wereld. En dat je dan zelf ook kaartjes ontvangt van mensen die je niet kent, uit alle uithoeken van de wereld. Zo blij word ik van die post. Dus. Nu ligt er een hele stapel post klaar om verstuurd te worden. Waarheen? Nou gewoon, naar de Oekraïne, Duitsland, Zutphen, Culemborg, Estland, Rusland, Amersfoort en Japan. En om de postbodes ook wat blijdschap in hun werk te geven, zijn de enveloppen leuk versierd met Wasabi tape. Alhoewel ik de kaartjes geloof ik liever per luchtpost met de Vlaamse Gaai op het dak tegenover het slaapkamerraam mee zou sturen. Wat zit jij daar nou te kijken? Roep je me naar buiten? Morgen weer, vriend. Maar blijf vooral zitten. Laat die zon maar lekker op je blauwgrijze verenkleed schijnen. Dan ben ik toch een beetje buiten.

’t Zijn net mensen…

IMG_20140315_214236

Ik woon sinds twee maanden in een nieuwe stad. In een nieuw huis. In een nieuwe straat. Ik dacht dat ik door te verhuizen en mijn baan op te zeggen mijn citroenen te slim af was, maar ze verhuisden gewoon mee. Ik struikel erover op de trap, in de douche. Ze hangen in de gordijnen om me zodra ik ´s ochtends mijn ogen open doe op de nek te springen. Citroenen laten zich niet wegstoppen. Ze willen aangekeken worden, gezien en gehoord worden; het zijn verdorie net mensen.

Allemaal ego, zegt mijn mediterende zelf, terwijl ik in kleermakerszit op mijn meditatiekussen zit. Een ego vol citroenen. Soms denk ik dat ik citroenen in mijn hoofd heb, in mijn hart, dat ik citroenen adem en dat er citroensap door mijn aderen stroomt. Allemaal vals ik, zegt mijn mediterende betweter. Alleen maar gedachten. Citroenen groeien aan bomen, niet in harten. Zure tranen bestaan niet. Mijn innerlijke citroen komt in opstand en zit onrustig te schuiven op mijn meditatiekussen. Citroenen houden niet van stilte. Citroenen hebben het te druk om te mediteren, het zijn écht net mensen.