spijbeldagje

2014-05-19 09.53.29

In mijn vorige bericht had ik geconstateerd dat mijn dankbaarheid voor wat en wie ik om me heen heb, zich teveel op mijn meditatiekussen en te weinig in de dagelijkse praktijk van mijn leven laat voelen. Alle reden om daar iets aan te veranderen dus. Daarom heb ik vandaag gespijbeld. Mijn werk mijn werk gelaten. Om een vriendinnetje dat ik alweer veel te lang niet gezien had, te zien. En om te genieten van het lekkere weer tijdens een fietstocht van Deventer naar Zutphen. En terug. Wat je dan allemaal tegenkomt? Oh gewoon. Ooievaars. Hazen. Overvliegende ganzen. Grazende paarden in de wei met veulens. Klaprozen. Koeien met kalfjes. Schaapjes op een kluitje in de schaduw van een boom. Zwanen met jongen. Bootjes. En heel veel IJssel. Je kan bijna helemaal de IJssel blijven volgen. En als de weg dan af en toe wat verder landinwaarts voert, fiets je tussen prachtige boerderijen en molens door. Geweldig mooi. Het leven is genieten. Dit moet ik echt vaker doen.

Klein eerbetoon

inleiding oma en ik

Oma en ik op pad – tekening gemaakt door mijn vriend

90 Zou ze geworden zijn vandaag. Een respectabele leeftijd. Die ze nu misschien waar dan ook met haar andere overleden dierbaren viert. Voor ons in elk geval geen taart vandaag. Wel veel herinneringen. Aan tot soep gekookte champignons, versteende gebakken aardappeltjes, viskoekjes, het museum in Amstelveen waar we in haar rode koekblik heen reden, heel veel foto’s, Max Tailleur in haar wc, een kamer die helemaal vol cadeautjes lag, cashewnoten, donkerbruine kasten, leren banken, Artis waar ik haar laatste jaren vaak met haar doorheen sjokte. Aan eindeloos geouwehoer en een eindeloze stilte. De laatste tijd herinner ik me steeds meer van echt vroeger, voor haar beroerte, van haar huis waar ik vaak logeerde. Haar oude buurtje, haar garagebox, haar tuin. Ik heb zo’n dag niet nodig om aan haar te denken. Mijn omaatje is sinds haar hemelen altijd bij me. Ik weet niet precies hoe dat werkt, maar ik kan met zekerheid zeggen dat ze bij me is.
Oma zei altijd: ‘Tel je zegeningen. Realiseer je wat je hebt, en geniet van de mensen om je heen.’ Ik doe dat misschien te weinig. Ik ben vooral op mijn meditatiekussen erg dankbaar voor wat en wie ik om me heen heb, maar in mijn dagelijks leven maak ik waarschijnlijk te weinig tijd om daarvan te genieten. Daar is mijn blog ook voor. Om me te stimuleren om dat wel te doen. De positieve dingen op te zoeken. Dat mijn oma dood is, zou je een citroen kunnen noemen. Maar dat ze zo in mij doorleeft en om me heen is, ervaar ik als limonade. Iemand missen die je dierbaar was en is, is misschien ook wel gewoon heel erg limonade.
Ik kom vandaag geen stiekeme (burgerlijk ongehoorzame) bloemetjes op je graf leggen, oma. Geen witte steentjes. Je weet toch wel dat ik aan je denk. Ik ga vandaag met mijn zusje in je rode koekblik op stap. Hoe symbolisch is dat…

Kattenleed

2014-05-10 20.13.28Ik had al een paar dagen het idee dat hij zich niet helemaal lekker voelde. Hij leek wat meer aandacht te vragen dan anders en zijn gemiauw klonk wat klaaglijker. Maar als ik Willy dan optilde, leek er weer niets aan de hand. Ik kon hem overal aanraken, niets leek pijn te doen. Hij at gewoon en ging lekker buiten spelen. Maar toen ik hem vanmorgen optilde, ging zijn gemiauw door merg en been. Terwijl ik snel douchte, belde mijn vriend een dierenarts. Die oordeelde dat de klachten niet ernstig genoeg leken voor de weekenddienst. We moesten het nog maar even aankijken en als we het idee hielden dat er iets mis was, dan konden we volgende week een afspraak maken.
Arm beestje. We hebben zijn pijn inmiddels gelokaliseerd tot zijn rechterachterpootje. Hij trekt ermee als hij loopt. En hij ligt het liefst op het vloerkleed, in plaats van lekker op zijn kleedje op zijn stoel. Als ik ziek ben, wil ik altijd cadeautjes. Ik dacht dat Willy misschien ook wel een cadeautje kon gebruiken. En aangezien mijn migrainewolk me steeds verder insnoert is er voor mij verder ook niet veel zinnigs te doen. Willy heeft een lievelingstrui. Een trui van mij waar hij niet op mag liggen, maar die wel vaak op de grond belandt, zodat hij er zich stiekem toch lekker in kan verstoppen. In een Mollie Makes had ik gezien dat ze van een oude trui een mand voor de hond maakten en ik vond dat Willy’s lievelingstrui dan maar officieel zijn poezenmand moest gaan worden. Aangezien ik de eerste aanwijzing van de Mollie Makes al niet begreep, heb ik maar wat aan gefröbeld. Met als gevolg dat je de mand moeilijk rond kan noemen. Zelfs over het woord mand zou je kunnen twisten. Wat de hals van de trui was ziet er maar gek uit. Eigenlijk ziet het eruit alsof mijn trui in permanente knuffelstand staat. Daar is niets mis mee. En Willy’s naam staat erin geborduurd. Niet dat Willy dat lezen kan, maar toch.
Toen hij binnenkwam, klaaglijk miauwend, at hij een paar brokjes, en liep toen de kamer in. Hij ging linea recta op de mand af en is er sindsdien niet meer uit gekomen. Mijn cadeautje is zeer goed ontvangen, kan ik wel zeggen. Ik hoop dat hij in zijn nieuwe mand even vergeet dat zijn pootje pijn doet. En dan lost de dierenarts het volgende week hopelijk verder wel op.

Puur natuur

Ik kreeg veel leuke reacties op het recept voor brandnetelsoep dat ik een week geleden plaatste. Mijn yogadocente Maamke attendeerde me op dit recept voor pesto van zevenblad. Het originele recept is op haar website te vinden, http://www.maamke.nl, waar je je ook kan opgeven voor haar leuke inspirerende nieuwsbrief. Ik tekende het recept.

zevenbladpesto

Misschien toch een goede reden om met dit druilerige weer even naar buiten te gaan…

Is meer het nieuwe minder – deel 2

Ik ben jullie nog een verslag verschuldigd van hoe het me op 5 mei op de vrijmarkt is vergaan. Nou, ik kan daar kort over zijn: eigenlijk heel goed. Mijn missie was een jas en ik kwam thuis met een jas en een boek, en ook dat boek kon ik goed aan mezelf verantwoorden. Het paste gewoon in één klein plastic tasje. Goed gedaan dus. Maar daarmee is mijn experiment niet helemaal geslaagd, of misschien juist wel. Feit is dat er gewoon weinig leuke spullen te koop werden aangeboden. Dat hoorde ik andere rommelaars ook zeggen. En dat maakt het natuurlijk makkelijker om met weinig spullen thuis te komen. Waarmee ik mijn eerdere vraag of het kopen om het kopen is ontkennend kan beantwoorden. Het gaat dus wel degelijk om wat er gekocht wordt en niet om het kopen zelf.

Wat ik me nu vooral afvraag is of er echt weinig leuke dingen waren of dat mijn lichte obsessie met ‘minder spullen’ mijn blik kritischer maakte en daardoor minder spullen als ‘leuk’ aanmerkte. Ik denk eigenlijk dat het allebei is. Ik denk dat ik mezelf voor de gek houd als ik nu zou zeggen dat ik blijkbaar geen behoefte meer heb aan spullen, maar ik denk ook dat ik mezelf wel een beetje credit mag geven omdat ik blijkbaar toch kritischer tegenover spullen sta. Het is hoe dan ook te vroeg om wat voor conclusies dan ook te trekken. Want mijn rommelmarktantenne staat net als altijd gewoon uit. Het pikt nog even geen signaal uit de ether op, maar dat zal ongetwijfeld komen. En dan komt het erop aan. Weet ik me dan ook zo goed te beheersen? De tijd zal het leren.

Spullen uit de natuur

DSC_0034

In het kader van es even minder met spullen bezig zijn, trok ik gisteren lekker de natuur in. Ter lering ende vermaak. Want ik ga niet alleen ontspannen wandelen en de omgeving leren kennen, maar ook mijn eigen avondmaaltje bij elkaar plukken. Een aardige dame van IVN Deventer en de zeer bevlogen en enthousiasmerende Thijmen van Bushcraft International nemen ons mee rond Natuurderij Keizersrande en laten zien wat er zoal eetbaar is in de natuur. Ik dacht daar al best wat vanaf te weten, maar dat viel toch even tegen. Brandnetels had ik al weleens verwerkt tot soep en uiteraard had ik tijdens lange wandelingen wel op zuring gekauwd. En dat je van de bladeren van Weegbree en Paardenbloem een prima salade kan maken, was me ook bekend. Maar op Zevenblad had ik nooit durven kauwen. De bladeren van de Meidoorn en Vlierbessen ongekookt in mijn mond stoppen, mij niet gezien. Maar dat kan dus wel. Net als een Madeliefje eten, Hondsdraf, Pinksterbloem en een takje van de Wilg. Daslook, Look zonder Look, Hop, Rode Klaver, Duizendblad. Bijna alles is eetbaar!

Vlier zou bovendien kwade geesten op afstand houden. Maar het hout kan je beter niet branden, want daarbij komen dezelfde stoffen vrij als asbest. Boterbloemen moet je niet eten, hoe verleidelijk ze er ook uitzien. Pinksterbloem smaakt naar mosterd en Daslook naar knoflook. Geelwortel kan je op wratjes smeren en Hondsdraf op wondjes. Brandnetel smeer je op puistjes en eczeem, en als je je daarbij geprikt hebt, houd er dan het blad van de Smalle Weegbree tegenaan. Drink thee van van Smalle Weegbree, Rode klaver, Meidoorn, Berkenblad, Vlierbloesem en Paardenbloem. En als je vermoeide voeten hebt, leg dan een takje Bijvoet in je schoen.

Alle geplukte bladeren zijn tot soep gekookt. De Daslook is in een kruidenkaasje verwerkt. En wat er toen nog over was, ging door het beslag voor de pannenkoeken. Zelf vuur maken met een vuurboog is niemand gelukt, dus in die zin zouden we als we ooit moeten overleven in de natuur, op rauwe bittere en zure bladeren en besjes moeten kauwen, maar ach, honger maakt rauwe bonen zoet. Ik weet trouwens niet of ik tijdens mijn volgende wandeling nog iets zou herkennen van wat we geplukt hebben. Het lijkt ook allemaal zo op elkaar, hè, met die bladeren en groene kleuren… Maar toch, Zevenblad zou ik nog wel herkennen; daar kan je prima stamppot van maken en dat is een stuk goedkoper dan dure groenten uit de supermarkt. En Brandnetelsoep bevat net zoveel ijzer als spinazie en veel vitamine C. ’t Is maar dat je het weet.

Voordat jullie nu massaal het bos in rennen en terugkeren met tassen vol bladeren en bessen, wel even deze raad: pluk alleen iets als je absoluut zeker weet wat het is en dat het geen kwaad kan. En zelfs dan, eerst een beetje proeven om te kijken hoe je lichaam erop reageert. Eet smakelijk.

Maakt meer gelukkig?

weg

Ik heb de afgelopen dagen veel nagedacht over mijn behoefte aan spullen. Van de dingen die ik op Koningsdag met veel plezier gekocht heb, ligt alweer de helft in een tas voor de Kringloopwinkel. En toch gaat dat me er niet van weerhouden om op Bevrijdingsdag weer een rondje rommelmarkt te doen en ongetwijfeld opnieuw met van alles thuis te komen. Wat is die behoefte toch? Is het een puur materialistisch verlangen naar meer? En is het dan een spirituele tegenreactie dat ik vervolgens allerlei spullen wegdoe?

Er is een wetenschappelijk onderzoek dat zegt dat je echt gelukkiger wordt van meer spullen. Rik Pieters, hoogleraar Marketing aan de Universiteit van Tilburg, zegt dat spullen kunnen verbinden en minder eenzaam kunnen maken. Hij verdeelt de spullenkopers in drie groepen. De eerste groep vergelijkt zichzelf constant met anderen, die meer hebben. Deze groep wordt niet gelukkiger van meer spullen. Door de sociale vergelijkingen die ze maken, lopen ze juist meer kans om eenzaam te worden. De tweede groep wil meer en meer en meer. Drie iPhone’s, drie grote dure auto’s; ze denken dat ze pas echt gelukkig zijn als ze meer hebben. Deze groep ziet spullen kopen als een geluksmedicijn. En dat maakt ze ook vatbaar voor eenzaamheid. De derde groep noemt Pieters de vrolijke hedonisten. Zij vinden het leuk om kleine, onpraktische dingen te kopen, die ze niet nodig hebben, maar waar ze wel blij van worden. Deze blijdschap stralen ze uit. En daarmee gebeurt het tegenovergestelde van wat er in de andere twee groepen gebeurde: die blijde gezichten zorgen voor verbinding in plaats van eenzaamheid. Deze vorm van materialisme zou daarom positief zijn.

Ik weet het niet. Ik reken mezelf wel tot de laatste groep, maar vind het geen bevredigend antwoord op mijn eigen materialistische behoefte. Een andere studie, buy-ology van Martin Lindstrom, zegt dat 85% van ons koopgedrag onbewust is. Hij stelt dat het zien van grote merken hetzelfde stukje hersens activeert als de gedachte aan God, of welke naam je daar dan ook aan wilt geven. Apple of God, same same, volgens hem. Bizar toch? Dus als ik door stapels verregende kleding op een plakkerig kleedje schuim zou ik eigenlijk op zoek zijn naar een religieuze ervaring. Dan lijkt het me een stuk goedkoper en minder tijd kosten om gewoon een kerk binnen te stappen. Toch trekken die kleedjes me meer aan.

Ik kom er niet uit. Ik wil minder spullen en blijf toch dingen kopen. Ik ga proberen of ik op 5 mei bij elk kleedje dat me aantrekt even stil kan staan bij wat er gebeurt. Wat gaat er door me heen op het moment dat ik mijn portemonnee pak, of eigenlijk net daardoor, op het moment dat ik besluit om mijn portemonnee te pakken. Wordt vervolgd…

Meer is het nieuwe minder, of toch niet?

koningsdag 2

Met mijn verhuizing naar Deventer zijn er heel veel spullen weggegaan. Niet alleen grote spullen als meubels, maar ook veel kleren, dvd’s, boeken en eh… dingen. Vazen, beeldjes, kandelaars, stenen, dat soort meuk. Elke dag weer nieuwe tassen naar de Emmaus. Nu we in Deventer twee huishoudens weer tot één hebben gemaakt, gaan er nog steeds elke week tassen naar de kringloop. We blijven spullen wegdoen. Minder spullen is het motto.

En dus komen we na Koningsdag thuis met: twee jassen, vijf spijkerbroeken, twee andere broeken, vijf boeken, drie vesten, drie T-shirts, een tas vol oude lego en autootjes en een sjaaltje. En dan ben ik vast nog wel iets vergeten op te noemen. Oh ja, een geweldige tekening van mijn lief en mij, mangastijl.

Tsja. En terwijl we onze zeven boodschappentassen in de trein mee naar huis zeulen, maken we al plannen voor de vrijmarkt van volgende week, op bevrijdingsdag. Want dat is echt de leukste van het jaar. Ons hoofd zegt wel MINDER, maar vanbinnen blijven we MEER willen. En volgens mij is het niet eens om het hebben van die spullen, maar omdat het kopen ervan zo leuk is. Het zoeken naar koopjes, het afdingen, kijken hoe ver je kan gaan. De leuke gesprekken die bij elk kraampje hetzelfde en weer totaal anders zijn. De cd’s die je ruilt voor een biertje. De stukjes geschiedenis die de spullen die we kopen al aan zich hebben kleven, en die wij verder mogen uitbouwen. Een kwart verdwijnt waarschijnlijk in een tas voor de kringloop, maar dat maakt niet uit, dan wordt iemand anders er blij van.

Ik denk dat het zo werkt: we willen rust om ons heen. Minder spullen belooft meer rust. Maar het wegdoen van spullen leidt niet automatisch tot meer rust. Dus zijn we teleurgesteld en voelen ons onrustig. Die onrust in onszelf proberen we weg te kopen met nieuwe spullen. En dat geeft weer onrust, en dus willen we meer spullen. Enzovoort. Ik ga zo te midden van mijn nieuw verworven spullen een half uur mediteren en besluit daarna wat er mag blijven. En voor alles wat er blijft, gaat er iets anders weg. Adem in adem uit. Mijn boek van Sri Sri Ravi Shankar over de kracht van stilte blijft. 100 Recepten voor muffins gaat eruit. Kan ik daar iemand blij mee maken?

Kneusje van de klas

yoga kraai

Ik ben blij dat ik goedlachs ben vandaag. Of specifieker: kan lachen om mijn eigen gestuntel. Vanmorgen tijdens de yogales ging het allemaal om balans. En die was bij mij ver te zoeken. Hoewel ik best van dansen houd, viel ik bij de houding van de danser steeds om. En in de houding van de kraai kwam ik überhaupt al niet. Van de andere houding ben ik de naam vergeten, maar in plaats van mijn voeten voor me uit te kunnen strekken en op mijn billen te balanceren, werd ik steeds naar voren getrokken. Alsof er een innerlijke touwtje aan me trok. Duidelijk gevalletje van uit balans.

Op de terugweg naar huis denk ik daar dan uiteraard over na. Hoewel mijn persoonlijke doel van yoga is om juist wat minder na te denken en wat meer in mijn lichaam te zitten. Mijn benen trillen nog na als ik aan het fietsen ben. Ben ik uit balans? Ik werp mijn vraag de IJssel in. Vraag het een Vlaamse Gaai die me verleidelijk zit toe te tjilpen. Trap die bal, Ans. Wacht even, wicht. My mind is playing tricks on me.

Sri Sri Ravi Shankar blijft maar herhalen dat je jezelf niet zo serieus moet nemen. Expectation reduces joy. Dus als ik van mezelf verwacht dat mijn handen mijn lichaam als een vogeltje de lucht in tillen, vermindert dat mijn plezier. Sterker nog, ik kan daar behoorlijk chagrijnig van worden. Al die mensen om me heen die heel gecontroleerd hun lichaam kunnen laten doen wat ze willen. Nee, dan ik. Mijn lichaam draait alle kanten op behalve de goede. Maar als ik die verwachting loslaat en kijk hoe ver ik kom, kan ik er heel hard om lachen. En is dat niet ook balans? Jezelf uitdagen met onmogelijke houdingen en tegelijkertijd mild zijn als het niet lukt. Met de oefening komen geest en lichaam in balans, ook als je voor- of achterover kukelt als een manke kraai of beroerde danser. Ik ben zo’n popje dat heen en weer zwiept en hoe hard het ook ergens heen wil, steeds terug veert naar het midden.

Inmiddels is er een weldadige rust op mijn schouders neergedaald. En de zon kriebelt zachtjes in mijn nek. Helemaal in balans.