David de Kock en Arjan Vergeer zijn zelf al razend inspirerend, maar tijdens de vorige seminar werden we ook nog eens door een andere inspirerende spreker toegesproken. Jaap Bressers, in rolstoel, had vanaf het eerste moment mijn volledige aandacht. Omdat hij zo open, met zelfspot en toch heel kwetsbaar zijn eigen verhaal vertelde. Op zijn 21e kreeg hij een duikongeluk en brak zijn nek. Hij werd in een buitenlands ziekenhuis wakker, verlamd vanaf borsthoogte, geen idee waar hij was, wat er gebeurd was en in paniek. De verplegers reageerden op zijn geroep door keurig de monitoren te controleren en dan weer weg te gaan. Maar één verpleger, broeder Carlos, merkte Jaaps paniek op en legde zijn hand op zijn schouder, waar hij nog wel gevoel had, en zei: It’s okay. Door zich oprecht in Jaap te verplaatsen, maakte hij een enorm verschil; dat kleine gebaar gaf Jaap de kracht om door te gaan. Sindsdien spreekt Jaap van Carlos-momentjes: momenten waarop je van betekenis bent voor een ander, misschien zelfs zonder je daar zelfs bewust van te zijn. Want toen Jaap Carlos later vertelde hoeveel dat gebaar voor hem betekend had, antwoordde hij: ach, ik deed gewoon mijn werk.
Jaap moedigt ons aan om ons te focussen op de Carlos-momentjes in ons leven. Want hij gelooft dat er in iedereen een Carlos zit en dat we allemaal op onze eigen manier het verschil kunnen maken. Als één hand op je schouder zoveel verschil kan betekenen, zijn we allemaal in staat om het verschil te maken. Kijk eens naar wat er allemaal goed gaat, zegt hij. Wat mij erg deed denken aan mijn limonade-momenten: focus op wat er goed gaat. Maar Jaap Bressers geeft die limonade wel even meer diepgang. Focus op de momenten waarop je iets voor een ander betekent, het verschil maakt, hoe klein misschien ook. Superlimonade, die Jaap, en broeder Carlos trouwens ook!
Wanneer was en/of ben jij een Carlos? En durf je dat ook echt binnen te laten komen, dat jij voor iemand anders het verschil maakt(e)? Ik vond dat persoonlijk lastiger dan de Carlos-momentjes herkennen in mijn leven. Zullen we ons de komende tijd eens wat meer op deze Carlos-momenten richten?
Ga vooral ook even op Jaap Bressers’ website kijken voor meer inspiratie, en zijn gratis E-book kun je hier downloaden.


Als je focus vooral op negatieve dingen ligt, zie je dus letterlijk de positieve dingen niet. Maar gelukkig geldt dat ook andersom. Als je voortdurend op zoek bent naar positieve dingen, zie je ook minder negatieve dingen. Je kunt je hersens daarvoor trainen. Hoe je dat doet? De beste en snelste manier is door een lijst te maken van alle goede dingen in je leven. Dat klinkt heel simpel en dat is het ook. Als je elke dag drie goede dingen opschrijft, train je je hersens in minder dan vijf minuten per dag om beter te worden in het opmerken van positieve dingen en mogelijkheden voor groei. En omdat we maar op een paar dingen tegelijk gericht kunnen zijn, worden op hetzelfde moment negatieve dingen naar de achtergrond verplaatst.
Vorige week heb ik acht uur alleen, in stilte, in een cirkel van 3 meter, zonder te eten, zonder horloge en telefoon, zonder schrijfwaar, in een bos doorgebracht. Met alleen 1,5 liter water, extra kleren, een regenpak en een vuilniszak om op te zitten. Het idee was dat als je kunt ‘zijn met wat is’ er ruimte ontstaat om te dromen. De natuur als middel om jezelf te verbinden met een groter bewustzijn. Wie ben je als je niets meer hebt?
Ik heb de afgelopen maand heel hard nagedacht over mijn kernwaarden en ben uiteindelijk op deze vijf uitgekomen: (Zelf)liefde, Groei, Positiviteit, Vertrouwen en Creativiteit. Deze vijf waarden zijn waar ik voor sta.
Waarom is het dan zo moeilijk om me positief over mezelf en mijn leven uit te laten? Ik denk dat het vooral te maken heeft met controle. Als ik me negatief uit over bepaalde dingen, dek ik mezelf als het ware in. Het kan alleen maar meevallen als je bent voorbereid op het ergste. Het voelt denk ik kwetsbaarder om positief in je uitingen te zijn. Minder vrijblijvend ook. Want als alles mooi en aardig is, waarom ben je dan niet übergelukkig?


Waarom mijn blog in het begin zo goed voor mij werkte, was doordat ik bewuster begon te leven. Met meer aandacht in het moment, zou je kunnen zeggen. Ik had altijd wel oog gehad voor mooie wondertjes in de natuur, mooie luchten, overvliegende vogels, een fijne ontmoeting, een diep gesprek, maar had deze mooie dingen nooit eerder zo duidelijk binnen laten komen als geluksmomenten. Als je dat wel doet, moet je gewoon erkennen dat er best veel momenten van geluk zijn op een dag. En in het verlengde daarvan: dat je eigenlijk best gelukkig bent.
Ik ben gelukkig. Maar ik mag weer wat meer gaan stilstaan bij alle dingen om me heen die me een geluksgevoel geven. Ik zit in standje citroen, en het wordt hoog tijd dat dat verandert. Ik kan er allerlei oorzaken, argumenten, uitleg en excuses zelfs voor aandragen, maar daar gaat het niet om. Ik moet weer limonade maken!
Ja, ik twijfel. Niets mis mee, zou je denken: ‘twijfel is het begin van wijsheid’, zei René Descartes. ‘Twijfel is een van de namen van intelligentie’, zei Jorge Luis Borges. Lekker blijven twijfelen dan, maar ook Alfred Lord Tennyson had denk ik gelijk met zijn woorden: ‘Twijfel is een duivelskind’. Ik twijfel over of ik door moet gaan met deze blog of niet.
Mijn rijlessen waren een constante worsteling met mezelf, meer dan met het verkeer om me heen en de auto. Ik kon mezelf gewoon op geen enkele manier voor me zien als iemand die zou kunnen autorijden. Als er twintig dingen goed gingen tijdens een les en één ding fout, dan bleef dat ene ding maar door mijn hoofd malen als bewijs van mijn onkunde. Twee weken geleden nog kon ik mezelf echt niet alleen, zonder mijn rij-instructeur, visualiseren in een auto. Ik zag het gewoon echt niet voor me.
Maar toen bedacht ik, met nog maar anderhalve week te gaan tot mijn rij-examen, dat ik mijn mantra in het teken van dat rijden zou stellen. Mijn nieuwe mantra werd: ik hou van mezelf en ik accepteer mezelf als goede automobilist. Ik heb me helemaal suf gemantra’d. De eerste paar dagen werkte de mantra op mijn zenuwen en lachspieren tegelijk, maar dat werd elke dag een beetje minder. De stiekeme gedachte begon in mijn hoofd te ontstaan dat ik misschien wel zou kunnen autorijden. En dat, daar ben ik van overtuigd, zette de deur open naar een positieve uitslag van mijn rij-examen.
Setting: de vijver in het park naast de deur. De bomen en struiken zijn mooi besneeuwd, het is een plaatje. Maar in dat prachtige plaatje speelt zich tegelijkertijd een doodsstrijd af. Onder een wilg in de vijver is een meerkoetje wild aan het spartelen. Dat doen vogels wel vaker en dan is het leuk om te zien, maar dat dit niet leuk is, is me meteen duidelijk. Het arme beestje lijkt vast te zitten. Ik zie er mensen aan de waterkant bij staan en iemand telefoneert, waaruit ik opmaak dat de dierenambulance gebeld is.
Even later is inderdaad de dierenambulance in het park. Het meerkoetje is nog steeds aan het spartelen in het water. Ik klop op het raampje van de bus. Een aardige dame vertelt me dat ze niet de juiste attributen hebben om het water in te gaan. Ja, ze zijn allemaal vrijwilligers. Zij en haar collega hebben dienst tot 13.30 uur, wat het inmiddels al geweest is, “maar ja, als er zoiets gebeurt, ga je natuurlijk niet naar huis”. Ze wachten op de reddingsbrigade en ik wacht met hen mee.
Een kwartier later is de reddingsbrigade ter plaatse. Ook vrijwilligers, die normaal hun werk veelal verrichten tijdens badkuipraces, intochten van Sinterklaas. En een enkele keer om een zielig vogeltje uit het water te redden.
Maar dit vertellen Frans en Shirley me pas later, want meteen als ze de auto uitstappen, gaan ze aan het werk. Shirley hijst zich in het waterdichte duikpak, Frans helpt, en dan klikt hij haar aan een touw en staat ze al in het water.
Koud is het, en dieper dan gedacht. Ze loopt-zwemt naar het meerkoetje toe en weet het beestje snel te bevrijden, in elk geval los te krijgen van de wilg.
Maar wat er verder nog aan het arme beestje vastzit, komt met ‘m mee.
Shirley trekt haar pak uit, dat minder waterdicht bleek dan de bedoeling en poseert even trots. Want ja, “hier doet ze het dus voor”.