En de stand is…

ik met bloemenOp deze laatste oktoberdag blik ik terug op de Buy Nothing New maand, die voor mij eigenlijk een Buy Nothing At All maand was. Heb ik echt helemaal niets gekocht? Nee, alleen eten, drinken en een tube tandpasta. Was dat moeilijk? Nee, wat is nou een maand.

Heb ik dan helemaal niks gemist? Die vraag stelde mijn moeder me ook op een maandagavond, ergens midden in de maand, toen we ’s avonds nog even een kopje koffie bij ze gingen drinken. Het enige wat ik miste waren bloemen. Af en toe een bosje bloemen voor mezelf kopen is echt een cadeautje waar ik gelukkig van word. Mijn bosje lampionnetjesbloemen was eigenlijk op de eerste dag van oktober al wel aan vervanging toe, maar ja, dat mocht dus niet. Het leuke daarvan was dat ze in plaats van in de groencontainer nu aan een streng kerstlichtjes belandden, zodat ik er toch nog van kon genieten, maar dan op een iets andere manier. DSCN5394En nog leuker was dat me de volgende dag enorme bossen bloemen letterlijk in de schoot werden geworpen tijdens de opening van  A Floral Affair, een spectaculaire lievelingsbloemenmodeshow van Bas Kosters. Dat had het universum wel even goed voor me geregeld.

Liep ik dan helemaal nergens tegenaan? Oh jawel hoor. Waar ik echt wel een beetje mee heb geworsteld, is dat ik veel van wat ik koop, vooral koop om een kleine zelfstandige winkel of een kunstenaar te steunen. Die reden is vaak belangrijker dan dat ik die dingen nou zelf heel hard nodig heb. En die reden vind ik ook een heel goede reden. What to do?

Eigenlijk heb ik na deze maand niets kopen twee dingen besloten: 1. Ik blijf spullen kopen van kleine zelfstandigen en kunstenaars, maar alleen als ik een cadeautje voor iemand nodig heb. 2. Als ik behoefte heb aan troost, ga ik niet meer de stad in. Achter mijn ‘troostkopen’ zit eigenlijk een behoefte aan aandacht voor mezelf. Ik ga deze behoefte aan rustpuntjes vanaf nu anders invullen. Ik ga mezelf toestaan om op zulke momenten even suf op de bank te hangen met wat voor sufs dan ook, een breiwerkje, een kleurboek, een tijdschrift, in plaats van iets te kopen dat verwijst naar zo’n rustmoment zonder mezelf dat ooit toe te staan. Ik heb een hele lade vol spullen ontdekt die allemaal rust in je hoofd en even lekker bezig zijn beloven. In plaats van daar nog meer van aan te schaffen, sta ik mezelf vanaf vandaag toe om die spullen te gebruiken. Mooie besluiten toch?

Heeft er van jullie nog iemand de uitdaging aangenomen om een maand lang geen (nieuwe) spullen te kopen? En hoe is je dat bevallen?

Is meer het nieuwe minder – deel 2

Ik ben jullie nog een verslag verschuldigd van hoe het me op 5 mei op de vrijmarkt is vergaan. Nou, ik kan daar kort over zijn: eigenlijk heel goed. Mijn missie was een jas en ik kwam thuis met een jas en een boek, en ook dat boek kon ik goed aan mezelf verantwoorden. Het paste gewoon in één klein plastic tasje. Goed gedaan dus. Maar daarmee is mijn experiment niet helemaal geslaagd, of misschien juist wel. Feit is dat er gewoon weinig leuke spullen te koop werden aangeboden. Dat hoorde ik andere rommelaars ook zeggen. En dat maakt het natuurlijk makkelijker om met weinig spullen thuis te komen. Waarmee ik mijn eerdere vraag of het kopen om het kopen is ontkennend kan beantwoorden. Het gaat dus wel degelijk om wat er gekocht wordt en niet om het kopen zelf.

Wat ik me nu vooral afvraag is of er echt weinig leuke dingen waren of dat mijn lichte obsessie met ‘minder spullen’ mijn blik kritischer maakte en daardoor minder spullen als ‘leuk’ aanmerkte. Ik denk eigenlijk dat het allebei is. Ik denk dat ik mezelf voor de gek houd als ik nu zou zeggen dat ik blijkbaar geen behoefte meer heb aan spullen, maar ik denk ook dat ik mezelf wel een beetje credit mag geven omdat ik blijkbaar toch kritischer tegenover spullen sta. Het is hoe dan ook te vroeg om wat voor conclusies dan ook te trekken. Want mijn rommelmarktantenne staat net als altijd gewoon uit. Het pikt nog even geen signaal uit de ether op, maar dat zal ongetwijfeld komen. En dan komt het erop aan. Weet ik me dan ook zo goed te beheersen? De tijd zal het leren.

Maakt meer gelukkig?

weg

Ik heb de afgelopen dagen veel nagedacht over mijn behoefte aan spullen. Van de dingen die ik op Koningsdag met veel plezier gekocht heb, ligt alweer de helft in een tas voor de Kringloopwinkel. En toch gaat dat me er niet van weerhouden om op Bevrijdingsdag weer een rondje rommelmarkt te doen en ongetwijfeld opnieuw met van alles thuis te komen. Wat is die behoefte toch? Is het een puur materialistisch verlangen naar meer? En is het dan een spirituele tegenreactie dat ik vervolgens allerlei spullen wegdoe?

Er is een wetenschappelijk onderzoek dat zegt dat je echt gelukkiger wordt van meer spullen. Rik Pieters, hoogleraar Marketing aan de Universiteit van Tilburg, zegt dat spullen kunnen verbinden en minder eenzaam kunnen maken. Hij verdeelt de spullenkopers in drie groepen. De eerste groep vergelijkt zichzelf constant met anderen, die meer hebben. Deze groep wordt niet gelukkiger van meer spullen. Door de sociale vergelijkingen die ze maken, lopen ze juist meer kans om eenzaam te worden. De tweede groep wil meer en meer en meer. Drie iPhone’s, drie grote dure auto’s; ze denken dat ze pas echt gelukkig zijn als ze meer hebben. Deze groep ziet spullen kopen als een geluksmedicijn. En dat maakt ze ook vatbaar voor eenzaamheid. De derde groep noemt Pieters de vrolijke hedonisten. Zij vinden het leuk om kleine, onpraktische dingen te kopen, die ze niet nodig hebben, maar waar ze wel blij van worden. Deze blijdschap stralen ze uit. En daarmee gebeurt het tegenovergestelde van wat er in de andere twee groepen gebeurde: die blijde gezichten zorgen voor verbinding in plaats van eenzaamheid. Deze vorm van materialisme zou daarom positief zijn.

Ik weet het niet. Ik reken mezelf wel tot de laatste groep, maar vind het geen bevredigend antwoord op mijn eigen materialistische behoefte. Een andere studie, buy-ology van Martin Lindstrom, zegt dat 85% van ons koopgedrag onbewust is. Hij stelt dat het zien van grote merken hetzelfde stukje hersens activeert als de gedachte aan God, of welke naam je daar dan ook aan wilt geven. Apple of God, same same, volgens hem. Bizar toch? Dus als ik door stapels verregende kleding op een plakkerig kleedje schuim zou ik eigenlijk op zoek zijn naar een religieuze ervaring. Dan lijkt het me een stuk goedkoper en minder tijd kosten om gewoon een kerk binnen te stappen. Toch trekken die kleedjes me meer aan.

Ik kom er niet uit. Ik wil minder spullen en blijf toch dingen kopen. Ik ga proberen of ik op 5 mei bij elk kleedje dat me aantrekt even stil kan staan bij wat er gebeurt. Wat gaat er door me heen op het moment dat ik mijn portemonnee pak, of eigenlijk net daardoor, op het moment dat ik besluit om mijn portemonnee te pakken. Wordt vervolgd…

Meer is het nieuwe minder, of toch niet?

koningsdag 2

Met mijn verhuizing naar Deventer zijn er heel veel spullen weggegaan. Niet alleen grote spullen als meubels, maar ook veel kleren, dvd’s, boeken en eh… dingen. Vazen, beeldjes, kandelaars, stenen, dat soort meuk. Elke dag weer nieuwe tassen naar de Emmaus. Nu we in Deventer twee huishoudens weer tot één hebben gemaakt, gaan er nog steeds elke week tassen naar de kringloop. We blijven spullen wegdoen. Minder spullen is het motto.

En dus komen we na Koningsdag thuis met: twee jassen, vijf spijkerbroeken, twee andere broeken, vijf boeken, drie vesten, drie T-shirts, een tas vol oude lego en autootjes en een sjaaltje. En dan ben ik vast nog wel iets vergeten op te noemen. Oh ja, een geweldige tekening van mijn lief en mij, mangastijl.

Tsja. En terwijl we onze zeven boodschappentassen in de trein mee naar huis zeulen, maken we al plannen voor de vrijmarkt van volgende week, op bevrijdingsdag. Want dat is echt de leukste van het jaar. Ons hoofd zegt wel MINDER, maar vanbinnen blijven we MEER willen. En volgens mij is het niet eens om het hebben van die spullen, maar omdat het kopen ervan zo leuk is. Het zoeken naar koopjes, het afdingen, kijken hoe ver je kan gaan. De leuke gesprekken die bij elk kraampje hetzelfde en weer totaal anders zijn. De cd’s die je ruilt voor een biertje. De stukjes geschiedenis die de spullen die we kopen al aan zich hebben kleven, en die wij verder mogen uitbouwen. Een kwart verdwijnt waarschijnlijk in een tas voor de kringloop, maar dat maakt niet uit, dan wordt iemand anders er blij van.

Ik denk dat het zo werkt: we willen rust om ons heen. Minder spullen belooft meer rust. Maar het wegdoen van spullen leidt niet automatisch tot meer rust. Dus zijn we teleurgesteld en voelen ons onrustig. Die onrust in onszelf proberen we weg te kopen met nieuwe spullen. En dat geeft weer onrust, en dus willen we meer spullen. Enzovoort. Ik ga zo te midden van mijn nieuw verworven spullen een half uur mediteren en besluit daarna wat er mag blijven. En voor alles wat er blijft, gaat er iets anders weg. Adem in adem uit. Mijn boek van Sri Sri Ravi Shankar over de kracht van stilte blijft. 100 Recepten voor muffins gaat eruit. Kan ik daar iemand blij mee maken?