Ik mocht vandaag in stilte door de uiterwaarden van de IJssel lopen. Slenteren over de strandjes, bijna met mijn schoenen in het water, klauteren over de stenen, wegzakken in grasgrond en koeienvlaaien en stappen over distels en brandnetels. Met een lekker zonnetje in de rug. Heerlijk. En tegelijkertijd ook niet. Want terwijl ik daar zo liep en probeerde alleen maar te genieten van de stilte in mezelf en de geluiden van vogels om me heen, merkte ik hoe moeilijk ik dat vond: ZOMAAR genieten.
Meteen zocht mijn hoofd verwoed naar woorden om dat genieten in te vangen, voor een blog, een verhaal, een gedicht, en datzelfde hoofd zocht verwoed naar beelden, om te tekenen, schilderen, om het moment toch vooral vast te leggen. En daarmee plaatste ik iets tussen mezelf en de ervaring in. Een obstakel. Ik sleepte mezelf weg bij het simpelweg genieten van de rust en schoonheid van die wandeling. Hoe stom is dat!
Nou ja, en wat er vervolgens gebeurde hoef ik denk ik al bijna niet meer op te schrijven, je ziet ‘m vast wel aankomen. Ik werd een beetje boos op mezelf, vond er van alles van dat ik niet in staat was om zomaar te genieten, zonder doel, woordeloos, en in die irritatie dreef ik steeds verder weg van de aanvankelijk zo mooie ervaring. En uiteindelijk was ik nog slechts een hoofd dat naar beneden gericht gefocust was op het ontwijken van koeienstront. Terwijl de zon volop scheen en reigers boven mijn hoofd druk in de weer waren met van alles en andere vogeltjes zongen als onze piepende buggy maar dan mooi op elkaar afgestemd. Zet toch alsjeblieft dat hoofd uit, dacht ik nog, maar toen waren de trappen van de spoorbrug al reeds in zicht. Het was te laat.
Vorige week heb ik acht uur alleen, in stilte, in een cirkel van 3 meter, zonder te eten, zonder horloge en telefoon, zonder schrijfwaar, in een bos doorgebracht. Met alleen 1,5 liter water, extra kleren, een regenpak en een vuilniszak om op te zitten. Het idee was dat als je kunt ‘zijn met wat is’ er ruimte ontstaat om te dromen. De natuur als middel om jezelf te verbinden met een groter bewustzijn. Wie ben je als je niets meer hebt?
Een eerste sneeuwklokje in het park naast de deur, terwijl ik daar met mijn dochter doorheen struin. Ja, daar word ik dus instant gelukkig van. Oké, natuurlijk, het is pas februari, maar dat eerste sneeuwklokje –inmiddels staan er een heleboel sneeuwklokjes omheen- dat riekt toch wel naar voorjaar hoor. En daar word ik dus instant gelukkig van. Dat de dagen weer langer worden, je steeds minder lagen kleren aan hoeft naar buiten, fietstochtjes in het verschiet. Ja hoor, kom maar door met dat voorjaar. Ik ben er klaar voor.
Ik ben altijd gek geweest op de herfst. Die spectaculaire kleuren in de natuur, kastanjes, hazelnoten en beukenootjes, rood-witte paddenstoelen die zo uit een sprookjesboek te lijken zijn weggelopen, ik vind het geweldig. Het grappige vind ik dat juist ik, die niet zo van verandering houd, deze verandering in de natuur ervaar als iets prachtigs en elk jaar opnieuw de les tot me door laat dringen dat verandering nodig is om tot nieuwe dingen te komen. Dat vertaal ik dan naar mijn eigen leven. Ik stel mezelf de vraag wat ik los mag laten om in het voorjaar weer mooi en krachtig tot bloei te komen: wat zijn mijn herfstbladeren?
Op het land… ach, in het voorjaar komen de bladeren aan de bomen, in de herfst vallen ze er weer af en intussen zit je daar zelf een beetje te veraardappelen.
Gerrit Komrij
Ik ben aan het knutselen geslagen met dennenappels. Ik heb er een paar wit geschilderd als ondergrond, maar eigenlijk vind ik de niet-beschilderde leuker. Omdat mijn dochtertje helemaal weg is van uilen, wilde ik uiltjes maken. En dat is dus echt gewoon doodsimpel. Uit vilt heb ik vleugels en ogen geknipt en dan heb je alleen nog maar een goede lijm nodig die het vilt op de dennenappel vastplakt (Ik heb Kyri superlijm gebruikt en die plakt echt geweldig). De andere dennenappels heb ik beplakt met gekleurde bolletjes die ik bij de Zeeman zag liggen. Hartstikke feestelijk, die kunnen blijven staan tot kerst.

Oké, we weten dat 1 zwaluw nog geen zomer maakt, maar met appels is dat een heel ander verhaal. 1 Appel maakt namelijk wel degelijk een tuin, als je het mij vraagt.
Mijn bomenbestand in de tuin is uitgebreid. Sinds vandaag woont, naast appelboompje
Eén appel groeit er aan Desirees ranke takken en één peer maakt een schuchter beginnetje tussen Patricia’s volle bladerjas. Cynthia daarentegen draagt al een plukrijpe citroen en een tweede vrucht is in aantocht. Ik hoop dat dat een stimulerend effect op de andere dames in de tuin heeft.