Een herfstig loslaten

DSCN6133De herfst gaat over loslaten. Na een seizoen van in bloei staan, stralen in vol ornaat, werpen de bomen beetje bij beetje hun bladerjassen af. Ze keren zich naar binnen, worden kaal, naakte skeletten, om in het voorjaar weer opnieuw te gaan bloeien. De herfst nodigt je uit om te kijken naar wat je zelf los moet laten. Welke bladeren moet ik laten vallen om er straks in het voorjaar weer fris en vol energie tegenaan te kunnen gaan?

Deze herfst gaat voor mij over het loslaten van de verwachtingen die ik over mijn huidige leven heb. Eigenlijk vind ik namelijk dat ik allang mijn oude leventje van een eeuwigheid geleden -van voor ik zwanger werd- weer had moeten oppakken. Ik had alweer volop aan het werk moeten zijn, elke dag braaf moeten mediteren, minstens twee keer in de week naar yoga en eropuit met mijn kleine meisje naar familie, vrienden en vriendinnen. Maar feit is dat ik daar nog helemaal niet klaar voor ben. Niet alleen lichamelijk, maar vooral ook geestelijk. Ik wil helemaal geen tijd missen met dat mooie lieve meisje. Ze groeit zo hard, ik wil elke minuut met haar meemaken. En dat doe ik ook. Maar met een irritant stemmetje in mijn hoofd dat zegt dat het anders zou moeten.

Dat stemmetje dus… dat ga ik loslaten. Ik ga er niet meer naar luisteren. Natuurlijk ga ik steeds meer mijn oude leventje oppakken, maar niet ten koste van de tijd met mijn dochtertje. Ik ben er nog niet klaar voor om haar voor een paar uur -laat staan een hele dag- aan de zorg van iemand anders toe te vertrouwen. En ik laat los dat ik dat zou moeten.

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Luiers vol limonade

DSCN5951Je zou de tijd aan de luiers kunnen meten. Eén zak per drie dagen. Per zak zo’n 25 luiers. Om de week fietst mijn man naar het kinderdagverblijf om de luiers in te leveren, vier á vijf zakken in de fietstassen. Hij zal inmiddels zo’n zes rondes gedaan hebben. 750 luiers. Drie maanden dus.
In elk boek over babyverzorging hebben we het eerste hoofdstuk uit. Doorgewerkt. We weten alles over regeldagen, hebben haar drie sprongetjes zien maken en haar met eerste verkoudheid zien worstelen, zijn weggesmolten bij haar eerste lachje, en haar tweede en derde en eigenlijk smelt ik elke keer weer als ze naar me lacht. We hebben haar getroost, en getroost en getroost als ze verdrietig was, of een schone luier moest, honger had, of een krampje, of gewoon ontroostbaar was. We hebben haar geluidjes nagedaan, gekke gezichten getrokken, hele gesprekken gevoerd in babytaal. We hebben haar haar handjes zien ontdekken, haar voetjes, haar vingertjes. We hebben haar haar badje uit zien groeien, haar eerste kleertjes, de kleinste luiers. En dat allemaal in een tijdsbestek van 750 luiers.

Tijdens de volgende 750 luiers zal ze haar wagen uitgroeien en haar babybedje. Ze zal naar haar eigen kamertje verhuizen en andere dingen gaan proeven dan melk. Ze zal gaan rollen, grijpen, steeds meer brabbelen, tandjes krijgen. Ze zal in een grotere luier groeien en haar slaapzakje uit. Ze zal urenlang huilen en urenlang lachen. Ze zal ons vertederen en tot wanhoop brengen. Ik sta te popelen om de volgende 750 luiers met haar te beleven. En tegelijkertijd wou ik dat ik de luiers terug kon draaien. Hoe bewust ik elk moment met haar ook ervaar, het gaat er niet minder snel door. 750 luiers zeg, waar blijft de tijd!

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Stilte vieren

Voor mijn bevalling was ik het boek Stilte vieren van Sri Sri Ravi Shankar aan het lezen, een Indiase goeroe die ik zeer bewonder. Ik verlangde ernaar mijn yoga- en meditatiepraktijk weer op te pakken in het nieuwe gestructureerde leven dat ik straks als moeder zou gaan leiden. Het eerste slaapje van mijn dochter zou ik vullen met tien zonnegroeten, een half uur mediteren, vijf minuten douchen en een gezond ontbijt van yoghurt met muesli en een cappuccino. Daarna zou ik helemaal zen weer klaar zitten om haar te voeden.

Stilte vierenHet boek van Sri Sri heb ik inmiddels twee maanden niet meer aangeraakt. Stilte? Eh… hoe klonk dat ook alweer? Als mijn dochtertje niet huilt, dan draait de wasmachine wel op volle toeren of is het hoog tijd voor een rondje stofzuigen. En als het zo nu en dan echt even stil is in haar bedje word ik ongerust en ga snel kijken of ze ‘t nog wel doet. Douchen? Daar is geen tijd meer voor ‘s ochtends. Mediteren moet ik over 18 jaar nog maar eens in overweging nemen. Nu is er: luiers verschonen – voeden – wassen – troosten/in slaap sussen en dan alles weer opnieuw.

Toch is er ook een nieuwe stilte mijn leven binnengekomen. ‘Je ziel is gestolde stilte en deze gestolde stilte is wijsheid, kennis’, zegt Sri Sri. ‘Stilte is het enige relevante antwoord op de vraag: ‘Wie ben ik?’ Alle andere antwoorden zijn slechts gedachten en gedachten kunnen nooit volledig zijn. Alleen stilte is compleet.’ Ik ervaar een soort gestolde stilte als mijn dochter aan mijn borst drinkt. Een gewijde stilte, waarin ik niet anders kan dan me overgeven aan die mooie ogen die me zo onschuldig en vol vertrouwen aankijken. Een moment van stilte waarin je ego oplost in een volledig dienstbaar willen zijn aan dit tere kleine wezentje. Een intens grote liefdesstilte. Een moment waarin stilte wijsheid is en liefde vrede en alles nu.

Tot haar de borst ontglipt en ze het op een brullen zet…

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Koningin van de tuin

Ik weet nog dat ik een jaar geleden een beetje gekscherend Desiree aankleedde met papieren appeltjes om haar daarmee aan te moedigen tot het krijgen van appels. Ik sprak haar liefdevol toe, probeerde met poëzie haar zelfvertrouwen te versterken en gaf haar een vogelvriendje in de hoop dat ze daar gelukkig van werd. Niets mocht baten. Desiree kreeg geen appels.

Deze zomer was ik even met andere dingen bezig. Ik was zwanger, kreeg een kind en nu zijn mijn dagen gevuld met zorgen voor dat kind. De tuin moet het even zonder mij redden. Geen vrolijk gekleurde papieren appeltjes aan Desiree’s takken, geen poëtische voordrachten en haar vogelvriendje is na een windvlaag op de grond beland tussen de takken van de braamstruik. Een eenzame zomer dus voor Desiree. Ze zou zich met recht een beetje verwaarloosd mogen voelen. Ik zou er alle begrip voor kunnen opbrengen als ze uit protest haar takken slap zou laten hangen, haar bladertooi van zich af zou schudden. Ja, ik voel me best een beetje schuldig naar deze oudgediende in de tuin.DSCN5807

Maar lijdt zij wel echt onder mijn gebrek aan aandacht? Vindt zij dat gebrek aan aandacht niet stiekem eigenlijk wel prettig. Het lijkt er wel op. Desiree is deze zomer namelijk de trotse bezitter van appels. Twee welteverstaan. Twee mooie, rood gekleurde appeltjes zijn er aan haar takken, die ze krachtig de lucht in steekt, verschenen. Mijn lieve tweejarige appelboompje met twee appels. Haar strenge, ietwat chagrijnige blik is verdwenen, in plaats daarvan bloost ze tevreden en straalt zelfvertrouwen uit. Desiree is deze zomer de koningin van de tuin!

Controle loslaten

Ik weet graag waar ik aan toe ben. Als er dingen buitenshuis gaan gebeuren of er komen mensen op bezoek, dan wil ik het liefst van tevoren weten wat er van minuut tot minuut gaat gebeuren. En als iets dan net even anders loopt, kan me dat best in de war brengen. Maar daarmee is het nu dus gedaan. Ik kan nog zoveel controle willen, maar feit is dat ik helemaal geen controle meer heb.
Een voorbeeld: we krijgen bezoek, ik we2014-07-12 14.28.20et precies hoe laat, tot zover alles in orde. Maar ik weet dus ook vóór welke tijd ik alles wat ik wil doen gedaan moet hebben. En daar komt het lieve kleine mooie schattige meisje om de hoek kijken. Ik wil namelijk vóór het bezoek er is een mailtje verstuurd hebben, de was in de wasmachine hebben, de was boven opgeruimd hebben, een blog geschreven hebben en dat lieve kleine schatje gevoed en in bed hebben. Duidelijke planning, duidelijke wensen, tot zover alles in orde.
Maar dan: het kleine meisje neemt langer de tijd voor het drinken dan ik gepland had. Daarbij poept ze tijdens het drinken haar luier zo vol, dat die tussentijds verschoond moet worden. Terwijl we door willen naar borst twee krijgt ze de hik en wil even alleen met mijn tepel spelen. Ik laat het liefdevol toe en zie de tijd die ik bestemd had voor andere dingen wegtikken. De hik is over, de lieve schat is weer aan het drinken. Maar die melk komt er net zo hard weer uit. Ze spuugt niet alleen zichzelf helemaal onder, maar ook haar moeder, we hadden uiteraard allebei net schone kleren aan. Dus voor het lieverdje in haar inbakerdoek kan, moet eerst alles verschoond worden. Als ze net een nieuw schoon rompertje aan heeft, volgt een tweede kotsgolf. Ik overweeg even dit rompertje maar aan te laten, maar voel me bij die gedachte een heel slechte moeder. Ik heb niet nog een schoon rompertje beneden liggen, dus daarvoor moet ik naar boven. Dat lukt me inmiddels zelf, maar nog niet met haar. Ik moet haar dus tijdelijk even alleen laten om van boven een schoon rompertje te halen. Ze kan niet op het aankleedkussen blijven liggen, daar kan ze vanaf rollen, en naakt in de box, dat kan ook niet, dat is te koud. In een dekentje wikkelen dan maar. Meisje in de box, mama snel naar boven. Meisje heeft het naar haar zin in de box, dus laat mama haar nog maar even liggen. De tijd om nog iets gedaan te krijgen van wat ze allemaal had willen doen, is er toch niet meer. En ja hoor, daar gaat de bel al. Met haar ondergekotste shirt laat ze het bezoek binnen. Haar kindje heeft niet eens kleertjes aan, wat moet het bezoek wel niet denken…

Het is zomaar een voorbeeld. Ik denk niet dat het een slecht ding is om de controle los te moeten laten. Als het niet lukt zoals je wilt, dan moet je het maar willen zoals het lukt. Geweldig toch, wat voor les zo’n klein hummeltje van zes weken oud je kan leren!

Ineens ben je moeder

30Jun2015_6081Drie weken ben ik al moeder. Drie weken precies. Feitelijk is daar weinig ‘ineens’ aan. Zelfs als je alle jaren dat je ervan droomde om moeder te zijn niet meerekent, heb je nog altijd negen maanden over als zekere voorbereidingstijd. Toch voelt het alsof ik ineens moeder ben geworden. Omdat het concrete moeder zijn zo anders is dan de abstracte voorstelling die ik er van tevoren van had.
Vooral in de droomjaren zag het moederschap er in mijn verbeelding uit als dagenlange fietstochten in eeuwigdurende zomers met gezellige picknicks in bloeiende bloemenweiden. Tijdens de zwangerschap lag mijn focus vooral op de baby; hoe zou ze zijn, eruitzien, ruiken, voelen? Tijdens de bevalling was er geen denken en na dat gedachtevacuüm was ze er. Ineens. Het mooiste, liefste, schattigste meisje ter wereld.
En toen zij er ineens was, was er ineens ook haar moeder. Ik dus, maar in een variant die ik niet had kunnen bedenken. Omdat je van tevoren niet weet dat zo’n grote liefde bestaat. Zo’n allesoverheersende, ik-kan-dagenlang-naar-je-kijken, je-bent-om-op-te-vreten liefde. Zo’n jij-bent-het-nieuwe-centrum-van-mijn-wereld liefde. Een liefde die je doet huilen omdat ie zo alomvattend, zo onbegrijpelijk onbeschrijfelijk groot is. En het is die grote moederliefde die maakt dat je blijmoedig je tepels stuk laat zuigen, luiers verschoont, niet slaapt en al het mogelijke doet om het hartverscheurende huilen van je kind te stoppen.
Het gebeurt automatisch. Ineens blijk je meer koosnaampjes te kennen dan je voor mogelijk hield en blijken je handen gemaakt te zijn om de buikkrampjes van je kindje weg te strelen. Terwijl je je hele volwassen leven op verjaardagen het Lang zal je leven hebt geplaybackt omdat je echt niet zingen kan, waagt je stem zich ineens schuchter en schor aan slaapliedjes voor je kindje. Ineens ben je moeder. Voormalig denker des vaderlands René Gude zei, toen hij me feliciteerde met mijn zwangerschap, dat ik met het zwanger zijn de beste fout maakte die ik kon maken. Ik begrijp wel wat hij bedoelde. Er is op dit moment niets anders dan moeder zijn. Mijn lichaam weigert aan alle kanten dienst en voor bloggen, schrijven, schilderen is geen tijd. Maar het is het allergrootste geschenk en voorrecht om de moeder van dit prachtige meisje te mogen zijn. Ineens.

Hoe limonade is wachten?

Als je wacht, gebeurt er ook iets, las ik laatst ergens. Want door te wachten neem je afstand en daardoor krijgen nieuwe ideeën ruimte. Niet dat ik zit te wachten hoor. Dat moet je namelijk vooral niet doen, schrijven mijn verloskundigen in hun instructie voor de bevalling. Door wachten duurt de tijd langer, zeggen ze. Dus wacht ik niet, terwijl ik rustig de dagen, uren, minuten weg laat tikken tot het moment daar is. Eh nee… dat is geen andere omschrijving van wachten, toch?
botanische tuinen
Hoe doe je dat dan, niet-wachten, terwijl alles gericht is op een moment in de zeer nabije toekomst dat langzaam dichterbij sluipt? Door jezelf bezig te houden? Dat doe ik wel. Ik lees me te pletter en ik teken en schilder wat. Ik doe dutjes en zit wat in de tuin te kijken hoe de plantjes groeien en papa en mama koolmees af en aan vliegen om hun jongen te voeren. Ik ben wel in het NU, zeg maar. Maar dwars door dat Nu heen is die zeer nabije toekomst ook steeds aanwezig.

Poëzie komt pas als je erop wacht zonder nog te wachten, schreef Herman de Coninck. Zou het met die bevalling net zo zijn? Dan blijft de vraag nog steeds: hoe doe je dat dan, wachten zonder te wachten? En loop je dan al die nieuwe ideeën mis die ruimte krijgen als je wel wacht?

Ondertussen in de tuin

DSCN5642Patricia, het perenboompje dat vorige zomer het hoogste woord had in de tuin, blinkt dit jaar uit in zwijgen. Ze groeit wel en ziet er gezond uit, maar ze lijkt maar weinig plezier te beleven aan haar perenboom-zijn. Ik weet niet hoe dat bij bomen werkt, maar misschien maakt ze een bomenpuberteit door. Of een identiteitscrisis omdat ze geen peren draagt. Er kan geen lachje af, geen goedemorgen of welterusten. Ze hult zich in zwijgen.
Desiree, mijn arrogante appelboom, was nooit van veel woorden. Zij heeft van statig staan een kunst gemaakt, fier rechtop als een danser en maakt sierlijke buigingen nu er heuse appels aan haar takken beginnen te prijken. Er is permanent een vogeltje in haar neergestreken. Met haar rood-groene appeltjes steekt Desiree iedereen in de tuin naar de kroon alsof ze zeggen wil: dit is mijn bestemming, ik doe waarvoor ik gemaakt ben. In stilte is zij aan het zijn.
Meneer Braam is de meest agressieve aanwezigheid in de tuin. Niet lullen maar vullen, is zijn credo. Hij slingert zijn prikkende takken woest alle kanten op en houdt geen enkele rekening met wat voor territorium dan ook. Waar ruimte is vult hij die. Dan zijn mevrouw Aalbes en mevrouw Framboos veel bescheidener. Zij breiden hun territorium ook wel uit, maar zonder te prikken en andere struiken in het nauw te drijven. Je hoort ze nog niet vragen aan hun plantenbuur of ze er misschien bezwaar tegen hebben als ze hun takken een stukje verder naar links en naar rechts afbuigen. Zeer goede omgangsvormen.
Tussen de druiventakken houdt een koolmeesje alles nauwlettend in de gaten. Met een verse worm in zijn bek gaat hij naar zijn jongen, wat een schattig gekwetter teweegbrengt. Willy, de wonderkat, heeft het opgegeven met al die tuinbewoners. Het wordt hem te druk in de tuin, zijn tuin nota bene. Hij ligt in de schaduw van de kliko, zegt af en toe miauw op een klaaglijke toon, rolt zich eens door het zand en doet dan zijn ogen weer dicht.
Er zou een heleboel gedaan kunnen worden in de tuin, maar deze zomer moet mijn tuin zichzelf maar redden. Ik beperk me tot oogsten en water geven. Het verpotten en verplaatsen van planten, luis- en slakvrij maken en uitdunnen, gebeurt dit jaar gewoon een keertje niet. Ik zit in een luie tuinstoel de tuin zomaar wat gade te slaan en vraag me af of planten ook denken. En zo ja, wat.

Zo varen de dagen voorbij

Het is definitief niet gelukt om voor mijn 40e moeder te worden. Ik dacht dat ik dat erg zou vinden, maar nu ik 40 ben blijkt dat wel mee te vallen. Het is maar een gedachte. En daar kun je zoveel waarde aan hechten als je wilt, of zo weinig. Of je kunt de gedachte helemaal veranderen. Want deze gedachte dient geen enkel nut. Weg ermee dus. Ik vervang de eerdere gedachte door de meer hoopvolle dat ik op mijn 40e het geluk van het moederschap mag gaan proeven. eendjes in het park

Tot het moment dat zij de tijd rijp acht om geboren te worden, wacht ik rustig af. Ik als kalme en geduldige veertiger heb geen haast. Ik zit wat te schilderen aan tafel voor het raam, terwijl een buurkat door de spoorberm sluipt en een ekster dat in de boom daarboven alert gadeslaat. Koolmeesjes vliegen af en aan. Ze brengen de wormpjes die ze vangen naar hun jongen in de achtertuin van de buurvrouw. Ik noteer in mijn hoofd: niet vergeten af en toe te kijken of de jongen al uitvliegen. Ik drink nog een kopje kamillethee, lees een boek. Aai wat over mijn dikke buik als de kleine wakker is en probeer wat te slapen als zij dat ook doet. De dagen verstrijken vredig, tussen de drukke momenten door. Ik onderdruk de neiging om vlierbloesem te gaan zoeken –fietsen gaat steeds minder makkelijk- maar sta mezelf toe de eendjes in het park te verwennen met een half oud brood. Ik bedenk hoe leuk dit straks gaat zijn als ik samen met mijn kindje de eendjes kan voeren.

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Limonade voor zwangeren

Limonade maken ziet er voor iedereen anders uit. En zelfs voor een en dezelfde persoon kan limonade maken er op verschillende momenten anders uitzien. Soms bestaat mijn limonade eruit me een enorme schop onder mijn hol te geven en een andere keer kan het juist heel limonade zijn lief voor mezelf te zijn en lui op de bank te liggen met de kat op schoot.

Dat merkte ik de afgelopen weken maar weer eens. Erg mobiel ben ik niet meer. Toch vind ik dat ik nog van alles moet doen. Natuurlijk de gebruikelijke boodschappen, eten koken, dat soort dingen, maar ook de badkamer schoonmaken moet toch nog best lukken. Dus rol ik met mijn dikke buik over de badkamervloer, valt de emmer sop om van mijn gespartel en kom ik niet meer overeind. Ik ben een soort cartoonfiguurtje geworden. Hardleers bedenk ik een volgend project. De tomatenplanten verpotten. Dat moet toch zeker wel kunnen? Lekker in het zonnetje in de tuin. Al bij de derde lading zand die ik in de grote bloempot schep, blijf ik in mijn houding steken. Mijn rug gaat op slot. Even zitten. Nog een schep. Weer zitten. Uiteindelijk ben ik meer dan een uur bezig om één plantje verpot te krijgen. Ik slaap er daarna twee.

Het is niet makkelijk om het rustig aan te doen. Elk moment niets doen komt me op een venijnige reprimande van een stemmetje in mijn hoofd te staan. Nu ik niet meer werk, zegt dat stemmetje dat ik dan maar weer eens een boek moet gaan schrijven. Nu ik niet meer sport, zegt het stemmetje dat ik rondjes door het park moet lopen. En nu ik -volgens het stemmetje veel te- veel op de bank lig, moet ik me dan toch eindelijk door mijn boekenkast met honderden ongelezen boeken heen lezen. Zegt het stemmetje.

Nog 2,5 week tot mijn uitgerekende datum. Mijn limonade de komende tijd is me rustig houden. En daarvan proberen te genieten. Het stemmetje in mijn hoofd het zwijgen opleggen. Moeilijk hoor!